**1..** In openbare groenvoorzieningen worden de sleuven zodanig ontgraven, dat de bovengrond, gescheiden van de mindere kwaliteit ondergrond, wordt opgeslagen en bij het dichten van de sleuf weer bovenin wordt verwerkt.
**2..** Bij het maken van sleuven door gazons of grasbermen of -stroken worden de graszoden vakkundig verwijderd en tijdelijk opgestapeld. Na aanvulling zullen de zoden goed aansluitend worden herlegd, met kruimelaarde afgedekt en zo nodig enige tijd nat gehouden. In onderling overleg kan voor een andere werkwijze worden gekozen.
**3..** Beplanting mag niet worden opgenomen of verwijderd zonder instemming van de gemeente. Opgenomen beplanting moet worden ingekuild.
**4..** De gemeente en de instemminghouder komen vóór aanvang van de werkzaamheden overeen welke maatregelen nodig zijn om schade aan de te handhaven beplanting te beperken. Ook bekijken ze welke te handhaven beplanting als waardevol wordt beschouwd.
**5..** Voor de werkzaamheden bij bomen zijn van toepassing de bepalingen zoals vermeld op de folder “Boombescherming op bouwlocaties” (laatste uitgave) van de vereniging Stadswerk Nederland, Vakgroep Groen, Natuur en Landschap.
**6..** Bij waardevolle beplanting moet graven in de wortelzone worden voorkomen.
**7..** Indien voor nieuwe leidingen een tracé buiten de wortelzone niet mogelijk is, dan moet de wortelzone worden gepasseerd door het boren van mantelbuizen onder de wortelzone.
**8..** Van te handhaven beplanting mogen wortels dikker dan 25 mm in diameter niet worden verwijderd. Vrijgegraven wortels moeten worden beschermd tegen uitdroging, vorst en beschadiging.
**9..** Ontgravingen binnen de wortelzone van de te handhaven beplanting moeten zo snel mogelijk met uitkomende grond worden aangevuld.
**10..** Het is verboden door of namens de instemminghouder te snoeien aan bomen of beplanting.
**11..** Het inrichten van werkterrein binnen de wortelzone van de te handhaven beplantingen is in principe niet toegestaan, tenzij in overleg met de bevoegde ambtenaar voldoende beschermende maatregelen worden getroffen.
**12..** Na één groeiseizoen kan worden bekeken of en hoeveel schade is ontstaan aan de beplanting. Hierna kan alsnog de schade aan de instemminghouder in rekening worden gebracht, mits aantoonbaar door gemeente.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.10.
Werkzaamheden in de nabijheid van beplantingen
Onderdeel van Handboek Kabels & Leidingen