Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.7.

Verkeersmaatregelen

Onderdeel van Handboek Kabels & Leidingen

1.. De instemminghouder draagt zorg voor een veilige en deugdelijke uitvoering van de voorgeschreven verkeersmaatregelen zoals die zijn vastgelegd in de laatst gepubliceerde richtlijnen van de CROW voor werkzaamheden in uitvoering. De instemminghouder dient te zorgen dat de uitvoering van het werk plaatsvindt conform alle van toepassing zijnde wettelijke bepalingen en regelingen. Aanwijzigingen van daartoe bevoegde instanties, zoals politie, brandweer en gemeente dienen onverkort en onmiddellijk te worden uitgevoerd. 2.. De te treffen verkeersmaatregelen dienen te voldoen aan CROW richtlijnen 96a en 96b. 3.. Alleen als er sprake is van stremmingen in de verkeersstromen, bij gehele of gedeeltelijke wegafsluitingen met omleidingen, dient bij de instemmingaanvraag, via het digitaal K&L platform, aangegeven te worden welke de te treffen verkeersmaatregelen, ten tijde van de werkzaamheden, zullen zijn. In het plan dient aangegeven te worden op welke wijze de bereikbaarheid van panden, woonerven etc tijdens de werkzaamheden wordt gegarandeerd, welke omleidingroutes er worden uitgezet en welke voorzieningen hier tijdelijk voor worden getroffen/aangebracht. De gemeente zal de wijze waarop de informatie aan bewoners wordt verstrekt vaststellen, waarbij de gemeente de omvang en de gevolgen van het werk in haar beoordeling zal betrekken. 4.. Indien de gemeente het noodzakelijk acht, vooral bij afsluiten van belangrijke verkeerswegen, kan instemminghouder worden verplicht zoveel mogelijk ´s nachts of in de avonduren de werkzaamheden uit te voeren. 5.. Verkeersvoorzieningen, die tijdelijk geen dienst doen, dienen door instemminghouder terstond verwijderd c.q. afgedekt te worden tot het tijdstip dat deze weer nodig zijn. 6.. Indien de tijdelijke verkeersmaatregelen in een verharding aangebracht moeten worden dient het te verwijderen verhardingsmateriaal door instemminghouder voor diens rekening te worden afgevoerd en na verwijderen van de verkeersmaatregel weer terug aangebracht te worden. 7.. Instemminghouder dient bij parkeerstroken, die moeten worden afgesloten in verband met de werkzaamheden van instemminghouder, 14 dagen voor aanvang van de werkzaamheden bebording te plaatsen met het aanvangstijdstip en de duur van de afsluiting. Deze bebording dient te worden geplaatst bij de desbetreffende parkeerstroken. 8.. Instemminghouder draagt zorg voor een regelmatige en voldoende controle op de instandhouding van verkeersborden, wegbebakening en –afzettingen, ook buiten de normale werktijden en dient zorg te dragen voor het spoedig mogelijk herstel van deze verkeersmaatregel. Dit geldt ook voor de door de gemeente geplaatste verkeersvoorzieningen. 9.. De verkeersmaatregelen en voorzieningen mogen maximaal 72 uur voor aanvang van de werkzaamheden, afgedraaid, worden aangebracht. Het omdraaien mag pas twee uur voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden geschieden. Na afloop van de werkzaamheden dienen de verkeersmaatregelen en voorzieningen, direct zodra de situatie dit toelaat, weer te worden afgedraaid. Indien de werkzaamheden worden onderbroken en de situatie laat dit toe dan dienen de verkeersmaatregelen en voorzieningen te worden afgedraaid gedurende het staken van de werkzaamheden. Twee uur voor de hernieuwde opstart van het werk dient het afdraaien ongedaan gemaakt te worden. 10.. Tijdelijke bebording mag niet aangebracht worden aan bestaande verticale elementen inclusief lichtmasten. 11.. Instemminghouder draagt zorg voor de bereikbaarheid van woningen, winkels, openbare gebouwen e.d. voor (minder valide) voetgangers en (brom)fietsers en voor de brandkranen of brandputten. In overleg met de betrokkenen kan door de gemeente de mate van bereikbaarheid nader inhoud worden gegeven. 12.. Instemminghouder houdt het gemotoriseerde bestemmingsverkeer naar woningen, winkels, bedrijven, bouwwerken, landerijen enz. in overleg met de betrokkenen zoveel mogelijk in stand. Indien met de betrokkenen geen overeenstemming kan worden bereikt over de beperking van de bereikbaarheid, treedt de instemminghouder tijdig, minimaal 3 weken vooraf, in overleg met de gemeente. 13.. De stallingsplaats van onder andere haspel-, vracht-, directie- en materiaalwagens en werkauto’s met aanhangers in de openbare ruimte van de gemeente dient in overleg met de gemeente te worden bepaald. De stallingplaats dient deugdelijk te zijn afgezet. 14.. Plaatsing van obstakels dient te voldoen aan CROW publicatie 130, “richtlijn voor het markeren van onverlichte obstakels” (ISBN 90 6628 283 5). 15.. Alle kosten, die gepaard gaan met verkeersmaatregelen, zijn voor de instemminghouder.

Rechtspraak bij dit artikel