Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.1.

Voorschriften voor werken in verontreinigde grond

Onderdeel van Handboek Kabels & Leidingen

1.. De gemeente Gulpen-Wittem stelt, op verzoek en indien aanwezig, de aanwezige bodeminformatie middels een zgn. bodemkwaliteitsrapportage als ook de vigerende beleidsnotities kosteloos digitaal ter beschikking aan de verzoeker voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden. 2.. Als het vermoeden bestaat, gebaseerd op concrete aanwijzingen, dat het tracé, waar de werkzaamheden zijn voorzien, sterk verontreinigd is dient de verzoeker voor het instemmingbesluit een zogenaamd verkennend bodemonderzoek uit te voeren. De gemeente levert de betreffende concrete aanwijzingen aan. 3.. Wanneer is vastgesteld dat het tracé, waar de werkzaamheden zijn voorzien, sterk is vervuild, dient een melding ex. artikel 28, 39 Wet Bodem Bescherming (Wbb) of melding Besluit Uniforme Sanering tijdelijke uitname; de zogenaamde BUS-melding, voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden plaats te vinden. 4.. Als bij de instemmingaanvraag is aangegeven dat er géén grondwater hoeft te worden onttrokken en dit moet tijdens de werkzaamheden wel gebeuren, dient instemminghouder of grondroerder voorafgaande aan het onttrekken van het grondwater contact op te nemen met de afdeling Beleid en projecten en het waterschap Limburg. 5.. Indien een netbeheerder een kabel c.q. leidingtracé wil laten lopen door een gebied waarvan vooraf is vastgesteld dat de bodem verontreinigd is, dan vervalt elke aansprakelijkheid van de gemeente. De gemeente heeft in die situatie geen saneringsplicht. De netbeheerder dient zich te houden aan de vigerende regelgeving en alle kosten komen voor rekening van de netbeheerder. 6.. Door de gemeente worden op eigen initiatief geen bodemonderzoeken verricht bij het aanleggen van kabels en leidingen door netwerkbedrijven. Wel neemt de gemeente ten behoeve van haar in- en uitbreidingsgebieden in haar overeenkomsten tot aan- en verkoop van de grond de zogenaamde „Milieuclausule” op. Hierin staat dat er geen concentraties van stoffen in de bodem aangetroffen zijn, die het perceel ongeschikt maken voor de door de koper beoogde bestemming. Hieraan ten grondslag ligt dan wel een bodemonderzoek. De netbeheerder kan hieraan jegens de gemeente geen aanspraken ontlenen voor wat betreft de milieuhygiënische geschiktheid van de grond voor het leggen etc. van kabels e.d. Instemminghouder kan de gemeente aanspreken als in de grond belemmeringen worden aangetroffen voor het leggen etc. van kabels e.d. en die belemmeringen blijken afkomstig te zijn van minder deugdelijke werkzaamheden bouwrijp maken door of in opdracht van de gemeente. 7.. Grond en/ of bouwstoffen die vrijkomen uit de sleuf zijn te onderscheiden naar: Niet verontreinigd; De overtollige grond en/ of bouwstoffen dienen op kosten van de instemminghouder te worden afgevoerd naar een erkende, gecertificeerde verwerker. De bijkomende kosten, zoals acceptatie- en beheerskosten komen eveneens voor de rekening van instemminghouder. Verontreinigd; De overtollige grond en/ of bouwstoffen dienen op kosten van de instemminghouder te worden afgevoerd naar een erkende, gecertificeerde verwerker. Kosten in verband met aantoonbare stagnatie in het door instemminghouder uit te voeren werk komen niet voor rekening van de gemeente. De acceptatiekosten voor het storten c.q. verwerken van deze grond en/ of bouwstoffen alsmede de werkelijke onderzoekskosten komen eveneens voor rekening van instemminghouder. 8.. Het werken in de grond valt o.a. onder de Wet bodembescherming en als zodanig dient instemminghouder aan te tonen dat de vereiste procedures zijn doorlopen, alvorens tot afvoer word overgegaan. Hiertoe dient de correspondentie met de betrokken instanties c.q. bedrijven, alleen op verzoek van de gemeente, te worden overhandigd aan de gemeente. 9.. Bij het verhelpen van een calamiteit tijdens kantooruren kan de betreffende netbeheerder direct informatie inwinnen over de kwaliteit van de bodem ter plaatse bij de Milieudienst van de provincie Limburg. Als er bij het verhelpen van een calamiteit buiten kantooruren grond vrijkomt, dient de betreffende netbeheerder er zorg voor te dragen dat grond op milieuhygiënische verantwoorde wijze, op haar kosten, tijdelijk wordt opgeslagen. De tijdelijk opgeslagen grond moet daarna, inden deze vervuild blijkt, op kosten van de betreffende netbeheerder op een milieuhygiënische verantwoorde wijze worden afgevoerd naar een erkende, gecertificeerde verwerker. Indien bij het verhelpen van een calamiteit grondwater moet worden onttrokken, dien te allen tijde, als mogelijk, voorafgaand aan het onttrekken van grondwater door de betreffende netbeheerder contact te worden opgenomen met het waterschap Limburg. Indien niet mogelijk voorafgaand dan op de eerstvolgende werkdag. 10.. Grond (technisch) niet geschikt voor sleufaanvulling c.q. verdichting; dient door de instemminghouder op haar kosten te worden afgevoerd naar een erkende, gecertificeerde verwerker. De bijkomende kosten, zoals acceptatie- en beheerskosten komen voor rekening van de instemminghouder. 11.. Incidenteel kan een fundering met milieutechnische randvoorwaarden voorkomen. Indien zogenaamde IBC-bouwstoffen zijn toegepast, dient verstoring van de islolering te worden voorkomen. Uitkomende IBC-bouwstof moet op dezelfde plaats worden teruggebracht, dan wel worden afgevoerd naar een erkende verwerker. 12.. Indien de situatie zich voordoet zoals bedoeld in artikel 1 lid 2 of 3 van het bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming en er sprake is van verontreinigde grond en/ of bouwstof, dan zal instemminghouder hiervan melding maken aan de gemeente. Instemminghouder dient vervolgens de aanwijzingen/ instructies van de gemeente op te volgen. 13.. De onderzoekskosten als ook de kosten voor het treffen van eventuele specifieke maatregelen die als gevolg van de verontreiniging van de bodem noodzakelijk zijn, zijn voor rekening van de verzoeker van het instemmingbesluit of de instemminghouder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel