Navolgend een beknopte samenvatting van het bestaande beleid. Deze beleidsinventarisatie is op de verzamelkaart in bijlage 2 in beeld gebracht. In de bijlage 2 zijn tevens de afzonderlijke deelkaarten opgenomen.
Provincie
De ambitie van de provincie Gelderland is om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Dit wordt bereikt door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Als tussendoel realiseert de provincie in 2030 55% CO2 reductie in Gelderland. De provincie streeft naar een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten.
Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vastgesteld. In de Omge- vingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevings- verordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn allebei op 1 maart 2019 in werking getreden.
Nieuwe manieren van energieopwekken en gebruiken zijn nodig. Het streven is dat Gelderland in 2050 volledig klimaatneutraal is. Het tempo en de kracht van de verandering moeten echter flink omhoog, wil Gelderland in de toekomst schoon en gezond blijven. In 2030 wil de provincie – als tussenstap – daarom verder zijn dan landelijk is afgesproken.
Forse ingrepen in de gebouwde omgeving zijn nodig om de overstap naar alternatieve, duurzame energiebronnen voor elkaar te krijgen. Om te beginnen, zet de provincie in op energiebesparing en het terugdringen van het energieverbruik door isolatie en efficiëntere toepassingen. Daarnaast zet de provincie in op duurzame opwekking. Wind, zon, biomassa, waterstof, geothermie, aquathermie en waterkracht zijn allemaal nodig.
Voor het opwekken, opslaan en transporteren van duurzame energie is ruimte nodig; veel ruimte voor windturbines, zonneparken, warmtecentrales, (mest) vergisters en waterkrachtcentrales. Dit raakt de leefomgeving van alle Gelderlanders en kan botsen met kwaliteiten
– zoals de natuur, het rivierenlandschap met haar uiterwaarden en/ of het zicht op het mooie erfgoed. Er is daarom een gezamenlijke
regionale aanpak nodig (RES). Samen met de partners wordt bepaald waar de noodzakelijke extra meters gemaakt kunnen worden en waar initiatieven zich niet en waar wel kunnen ontwikkelen en onder welke voorwaarden. Met oog voor de kwaliteiten die Gelderland uniek maken.
De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het natuurbeleid richt zich verder op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang, waaronder de 18 Natura2000-gebieden. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een
groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. Zonneparken passen hier niet. In de GO is alleen ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden.
De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. Zonneparken zijn hier onder strikte voorwaarden mogelijk.
Gemeente
Beleidsnota duurzaamheid
De transitie naar hernieuwbare energie is een enorme ruimtelijke opgave in een dichtbevolkt land als Nederland. Om naar 100% duurzame energie in 2050 te gaan, zullen alle ruimtelijke mogelijkheden voor hernieuwbare energie benut moeten worden. Met de beleidsnota duurzaamheid
2016-2020 heeft Lingewaard zich gecommitteerd aan het Nationale Energieakkoord. Op korte termijn wil de gemeente haar aandeel aan duurzame energie flink verhogen.
De beleidsnota duurzaamheid zegt over zonneparken: “de gemeente Lingewaard faciliteert zonneparken, mits er zuinig wordt omgegaan met de beschikbare ruimte. Wij streven waar mogelijk naar een verantwoord, dubbel ruimtegebruik”. Voorbeeld hiervan is het benutten van daken voor zonne-energie.
Zoekzone zonne-energie
Zowel Lingewaard als Park Lingezegen hebben duurzaamheidsambities. Ook binnen Park Lingezegen biedt het beleid ruimte voor duurzame energievoorzieningen (zie Intergemeentelijke Structuurvisie, vastgesteld d.d. 31 maart 2011 en Parkorganisatie Lingezegen-Klaar voor de toekomst, vastgesteld d.d. 7 maart 2017).
In Lingewaard is NEXTgarden de broedplek waar actief ingezet wordt op realisatie van diverse vormen van duurzame energie. In NEXTgarden wordt gewerkt aan de realisatie van een ‘smart energy grid’, waarbij het geheel meer is dan de som der delen en er een relatie ontstaat tussen energieopwekking, energieverbruik en opslag. Goede aanvulling op de duurzame energiemix is een zonnepark. Vanuit de beleidsdoelen voor duurzame energie ligt het aanwijzen van een zoekzone voor zonneparken nabij NEXTgarden voor de hand. Op 13 april 2017 heeft de gemeenteraad besloten hiervoor een zoekzone aan te wijzen ten zuiden van NEXTgarden in Park Lingezegen. De aangewezen zoekzone ligt ten zuiden van de Lingewal, ten westen van de Karstaat. In de zoekzone ligt een onderstation van Liander. De zoekzone sluit technisch en ruimtelijk aan bij glastuinbouwgebied NEXTgarden en de zone kent een grote schaal en is vanuit dat perspectief geschikt voor grote zonneparken, mits landschappelijk goed ingepast. Binnen de zoekzone (bruto oppervlak van 100 ha) is de ontwikkeling van in totaal ongeveer 50 ha aan grondgebonden zonnepanelen mogelijk. In juni 2019 is gestart met de bouw van het eerste zonnepark in de zoekzone (19 ha).
Zonneakkers buitengebied
De gemeente wenst het opwekken en gebruiken van duurzame energie te stimuleren. Vandaar dat in de 2e herziening van het bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld 13 december 2018) de mogelijkheid is opge- nomen om zonnepanelen niet alleen op het dakvlak, maar ook op het maaiveld te plaatsen. In alle gevallen moet de energieopwekking gericht zijn op het voorzien in de energiebehoefte op het eigen perceel.
De belangrijkste voorwaarden voor het toestaan van de zonneakkers komen voort uit het landschapsbeleid van de gemeente (Landschaps- ontwikkeling) en provinciaal en landelijk landschapsbeleid. Het land- schapsbeleid streeft naar het behouden van de landschappelijke waarden binnen de kenmerkende elementen van een rivierenlandschap. Zowel de uiterwaarden als de dijkzone behoren tot het Nationaal Landschap Gelderse Poort. Binnen de uiterwaarden wil de gemeente de natuurwaarden behouden. Daarnaast zijn de uitwaarden bij hoog water belangrijk voor de doorstroming. Zonneakkers zijn buitendijks dan ook niet wenselijk. Voor de dijkzone en komgronden is het gemeentelijk beleid onder anderen erop gericht om landschappelijke waarden als openheid en zichtlijnen te behouden. Omdat de dijkzone daarnaast binnen het Nationaal Landschap Gelderse Poort ligt, zullen bij het aanleggen van zonneakkers de kernkwaliteiten van het Nationale Landschap behouden moeten blijven. Openheid, kleinschaligheid en zichtlijnen vanaf de dijk op (en het behoud van) cultuurhistorische elementen zijn hier voorbeelden van. Binnen de bestemming 'Wonen' is het (op het maaiveld) plaatsen van zonnepanelen mogelijk via de regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de bijlagen bij het bestemmingsplan 'Buitengebied Lingewaard, 2e herziening' zijn daarnaast beleidsregels voor kleine zonneparken in het buitengebied opgenomen. Deze zijn opgenomen in bijlage 3.
Zon op glas
Binnen bepaalde bestemmingsplannen zijn mogelijkheden voor de opwek van zonne-energie. Bijvoorbeeld facilitaire voorzieningen binnen het tuinbouwdeelgebied Bergerden (NEXTgarden).
Daarnaast zijn zonnepanelen op (hellende) daken in beginsel vergunning- vrij als deze in of direct op en gelijk aan het dakvlak worden geplaatst.
Dat kan bij kassen ook het geval zijn. Het gebruik moet dan wel overeenstemmen met het gebruik zoals dat in het bestemmingsplan is toegestaan. Dit betekent het volgende:
Het telen van de gewassen moet de hoofdfunctie van de kas zijn en blijven;
Zonnepanelen moeten ten dienste zijn van één of meerdere (geclusterde) glastuinbouwbedrijven. Het betreft een facilitaire voorziening. De jaarlijks opgewekte elektriciteit mag het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van de kas(sen) met maximaal 25% overstijgen, om schommelingen tussen opbrengst en verbruik en toekomstige elektrificatie op te vangen.
Voorbeeld gebouwgebonden installatie op bedrijfsdak
Voorbeeld gebouwgebonden installatie op particuliere daken
Hoofdstuk
Artikel 1.3.
Bestaand beleid
Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Lingewaard houdende regels omtrent Beleidskader zonne-energie