Economische en maatschappelijke randvoorwaarden & aandachtspunten
De gemeente hanteert de volgende economische randvoorwaarden/ kent de volgende aandachtspunten voor zonneparken:
De initiatiefnemer betrekt omwonenden en andere belanghebbenden, eventueel gegroepeerd in een klankbordgroep, vroegtijdig bij de planvorming. Mogelijke belanghebbenden (stakeholders) zijn: Wijkplatforms, Provincie Gelderland, Lingewaard Energie, Lingewaard Natuurlijk, Liander, Rijkswaterstaat, Waterschap Rivierenland, Gelders Genootschap, LTO en Park Lingezegen.
De initiatiefnemer stelt een communicatieplan op ten behoeve van het betrekken en informeren van de omgeving en bespreekt dit plan met de gemeente.
De basis is het streven naar een goede verdeling van 'lusten' en
'lasten', zodat de omgeving, de inwoners, naast de lasten van grootschalige zonneparken, ook daadwerkelijk (financieel) kunnen profiteren van lokaal opgewekte energie.
Opbrengsten vloeien zoveel mogelijk terug in de omgeving. De initiatiefnemer onderzoekt de mogelijkheden voor participatie/ omgevingsfonds/energiecoöperatie. Door middel van een financiële participatie, compensatieregelingen voor omwonenden, gesocialiseerde grondcontracten, een lokaal gebieds- of duurzaamheidsfonds vloeit (een deel van) de opbrengsten terug naar de lokale samenleving. De gemeente streeft naar minimaal 50% lokaal eigenaarschap.
Het aanleggen en onderhouden van zonneparken moet bij voorkeur uitgevoerd worden door lokale/regionale bedrijven.
Er moeten afspraken gemaakt worden met de gemeente over de duur van de te verstrekken vergunning. Uitgangspunt is de technische levensduur van het zonnepark (20-25 jaar).
Na het verlopen van de vergunning dient het volledige zonnepark, inclusief ondersteunende bouwwerken, verwijderd te worden door de initiatiefnemer. Hier moeten afspraken over gemaakt worden met de gemeente, inclusief een bestemming voor de vrijgekomen gronden. Denk hierbij aan herstellen originele functie en/of een natuurfunctie.
Planologische randvoorwaarden & aandachtspunten
De gemeente hanteert de volgende planologische randvoorwaarden/ kent de volgende aandachtspunten voor zonneparken:
Aangetoond moet worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In het kader van een nieuw ruimtelijk plan zal onder meer indicatief onderzoek verricht moeten worden naar het aspect ecologie en de invloed op de waterhuishouding (extra verhard oppervlak
(gebouwen en ontsluiting) en objectvrije zones langs watergangen). Daarnaast kan het in sommige gevallen nodig zijn onderzoek te doen naar de archeologische waarde op de beoogde locatie voor een zonnepark.
Bij de ontwikkeling van zonneparken binnen de Groene Ontwikkelingszone en/of Park Lingezegen moet rekening worden gehouden met de daar geldende randvoorwaarden en aandachtspunten.
Ruimtelijke randvoorwaarden & aandachtspunten
De gemeente hanteert de volgende ruimtelijke randvoorwaarden/ kent de volgende aandachtspunten voor zonneparken:
Streef naar meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld (klein)vee, agrarische gewassen of natuur.
Uitgangspunt voor nieuwe zonneparken is het behouden van het bestaande landschapspatroon c.q. de bestaande verkaveling. Het zonnepark heeft een groene en/of blauwe inrichting op het maaiveld in de vorm van oppervlaktewater, grasland of andere gebiedseigen vegetatie (zie ook hoofdstuk 4 Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering).
Vormgeving / inpassing zonnepark afstemmen op omgeving, waar onder bestaande of vergunde zonneparken in de directe omgeving.
Maximale hoogte zonnepanelen is in de zoekzone tot 2,5 m boven maaiveld. Buiten de zoekzone in principe tot 1,5 m boven maaiveld tenzij hoger landschappelijk aanvaardbaar is.
De constructie van de opstellingen van zonnepanelen moet zo eenvoudig mogelijk worden vormgegeven om zo min mogelijk op te vallen.
Ondersteunende bouwwerken als schakelcellen, algemene
laagspanningsborden en transformatoren moeten zo gepositioneerd worden dat zij zich voegen naar het patroon van de opstelling van de zonnepanelen. Ook geldt voor deze ondersteunende bouwwerken extra aandacht bij de landschappelijke inpassing.
Bij het ontwerpen van een zonnepark moet rekening gehouden worden met de aanwezige kabels en leidingen en moeten afspraken gemaakt worden met de desbetreffende leidingbeheerder. Op de beleidskaart 'Zonneparken’ is een aanduiding ‘aandachtsgebied leidingen’ opgenomen, ter plaatse van de belangrijkste hoofdaardgastransportleidingen en hoogspanningsverbindingen.
Zonneparken worden zoveel mogelijk ontsloten via de bestaande infrastructuur. Waar dit niet mogelijk is worden nieuwe toegangswegen uitgevoerd in halfverharding of geheel onverhard.
Zonneparken zijn beperkt toegankelijk omwille van risicobeperking
ten aanzien van diefstal en/of vandalisme. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van natuurlijke oplossingen voor de beveiliging aan de rand van een zonnepark. Het aanbrengen van hekwerken moet zoveel mogelijk vermeden worden. Indien dit onmogelijk is, wordt voor een passend type hekwerk gekozen (bijvoorbeeld afrastering met houten palen en schapengaas) en worden de aangebrachte hekwerken landschappelijk ingepast. In open gebieden is met name een watergang een goede begrenzing van het zonnepark. Hekwerken of opgaande houtachtige beplanting niet, tenzij dit grenst aan bestaande bebouwing/laanbeplanting etc.
Bij een zonnepark moet voor derden informatie te vinden zijn over duurzame energie in de vorm van een informatiebord. Hierop kunnen bijvoorbeeld de hoeveelheid opgewekte stroom, het
aantal ton koolstofdioxide (CO2) dat niet wordt uitgestoten of het aantal huishoudens dat wordt voorzien van groene stroom worden weergegeven.
Verdere Ruimtelijke randvoorwaarden & aandachtspunten zijn gedetailleerd uitgewerkt in hoofdstuk 4.
Overige randvoorwaarden en aandachtpunten
De gemeente hanteert verder de volgende randvoorwaarden/ kent de volgende aandachtspunten voor zonneparken:
Zonneparken en de ondersteunende bouwwerken dienen op een veilige manier geconstrueerd te worden en gebruik te maken van veilige materialen. Brandveiligheid is hierbij een belangrijk aandachtspunt;
Zonneparken dienen goed bereikbaar te zijn voor hulpdiensten. Ook binnenin de zonneparken dient er aandacht te zijn voor de bereikbaarheid voor hulpdiensten (met name brandweer).
Het dient mogelijke onderzocht te worden, of elektromagnetische compatibiliteit (EMC) invloed heeft op de bestaande infrastructuur. Initiatiefnemers dienen zelf hier over in gesprek te gaan met de relevante instanties (bijvoorbeeld ProRail)
Hardheidsclausule
Na vaststelling van het 'Beleidskader zonne-energie' zijn de hierin beschreven uitgangspunten en randvoorwaarden van toepassing op alle toekomstige initiatieven voor zonneparken. Het college kan één of meerdere bepalingen van deze nota buiten toepassing laten of daarvan afwijken. Het kan voorkomen dat een plan niet voldoet aan de gebieds- of inrichtingscriteria of dat deze criteria niet toereikend zijn, zodat de toepassing van dit beleidskader onredelijk uitpakt in individuele gevallen. Het college van burgemeester en wethouders kan dan gemotiveerd afwijken van het beleid. Dit moet dan in een collegebesluit en/of een ruimtelijk besluit c.q. omgevingsvergunning vastgelegd worden.
Hoofdstuk
Artikel 3.2.
Randvoorwaarden en aandachtspunten
Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Lingewaard houdende regels omtrent Beleidskader zonne-energie