In het geval van verhardingen niet ouder dan vijf jaar (volgens het begrip nieuwe weg of verharding) geldt Specifiek schadeherstel (conform AVOI artikel 8) en moet voorafgaand aan de instemmingaanvraag overlegd worden over de wijze waarop instemmingshouder de vereiste kwaliteit wil bereiken en een en ander duurzaam kan garanderen.
Als de door de gemeente gewenste duurzame kwaliteit niet kan worden bereikt, kan zij verzoeken om de kabels en leidingen via een ander tracé te leggen dan wel de verharding over de volle breedte opnieuw te leggen.
De instemmingshouder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen in de oude staat. Dit betekent volledig herstel (volgens het begrip definitief herstel) en herbestrating, inclusief bijlevering en de verwerking van inboetmaterialen (als gevolg van breuk). De kosten van het herstel van de verharding en genoemde materialen komen voor rekening van de instemmingshouder volgens de tarieven in artikel 10 “UNOG-tarieven” (methode A of B).
Dit geldt niet als de gemeente vooraf heeft aangegeven zelf zorg te willen dragen voor het herstel (zie punt 93). In dat geval volstaat provisorisch herstel.
Voor beplanting is het terugbrengen in oude staat lang niet altijd mogelijk. In dat geval worden kosten in rekening gebracht bij de instemmingshouder. Zie verder onder het artikel 6 “Groen: beplanting, gazon e.d.”.
Als – in afwijking van de gangbare werkwijze – vooraf is aangegeven dat de gemeente de herbestrating verzorgt, moet de instemmingshouder de gemeente vijf werkdagen vooraf informeren wanneer de herstraatwerkzaamheden kunnen beginnen. Houdt de instemmingshouder zich niet aan deze termijn, dan moet hij zelf de sleuf dichtblokken (provisorisch herstel). Zijn de werkzaamheden overeenkomstig de planning uitgevoerd en houdt de instemmingshouder zich wel aan deze termijn, dan is de gemeente verantwoordelijk voor het herstellen van de opgebroken bestrating en de eventuele vervolgschade. De kosten van het herstel van de verharding en genoemde materialen komen voor rekening van de instemmingshouder volgens de tarieven in artikel 10 UNOG-tarieven (methode C).
Al het te gebruiken (bestratings-)materiaal moet van dezelfde soort, vorm, afmeting, kleur en afwerking zijn. Het materiaal moet ook minimaal van dezelfde kwaliteit zijn als het oorspronkelijk aanwezige materiaal en de door de gemeente gebruikelijk toe te passen materialen.
De wegbeheerder stelt in het geval zoals genoemd onder 94 verhardingsmateriaal in de vorm van (nieuwe) tegels en/of klinkers ter beschikking om de gewenste kwaliteit van het straatwerk te waarborgen op het opslagterrein van de gemeente of een nader overeen te komen locatie, echter alleen op kosten van de netbeheerder / instemmingshouder.
Als vooraf geconstateerd wordt dat er specifiek verhardingsmateriaal aanwezig is en dit nodig is om voorradig te hebben (van karteltegels tot gele gebakken klinkers, etc.), dan moet dit minimaal 4 weken van te voren worden gemeld bij de gemeente.
Als een verharding van een nog op te breken tracé een bovengemiddeld aantal (boven 5% van het totaal op te nemen elementen) gebroken of beschadigde elementen bevat zullen deze door de gemeente om niet beschikbaar worden gesteld. Vaststelling van bovengemiddelde breuk alleen vooraf conform sectie 3.01 vooropname.
De wegbeheerder stelt in het geval zoals genoemd onder 96 verhardingsmateriaal in de vorm van (nieuwe) tegels en/of klinkers ter beschikking om de gewenste kwaliteit van het straatwerk te waarborgen op het opslagterrein van de gemeente of een nader overeen te komen locatie (mits voorradig).
Voor overblijvende materialen en uitkomend sleufmateriaal e.d. geldt wat genoemd is onder 36.
In principe mag er in nieuwe verhardingen (niet ouder dan 5 jaar) niet gebroken worden tenzij er sprake is van een aantoonbare calamiteit of als een netbeheerder wettelijk aan zijn leveringsplicht moet voldoen. In beide gevallen wordt eerst gekeken of er een redelijk alternatief is ook al is dit voor de netbeheerder duurder.
Als het onvermijdbaar is geworden dat er in een nieuwe weg of verharding (volgens de definitie in artikel 1 “Begrippen”) een instemmingshouder werkzaamheden moet uitvoeren, dan moet de wegverharding compleet door en voor rekening van de instemmingshouder worden herstraat, dat wil zeggen de weg wordt hersteld van band/gevel tot band/gevel. Herstelwerk verharding wordt ruimer vereist dan alleen de uitgebroken verharding, voor zover de gemeente dit “naar redelijkheid en billijkheid” nodig acht. De gemeente verlangt dit specifiek schadeherstel om de situatie terug te brengen in de oude staat. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de instemmingshouder.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 9.
Herstel, oplevering en onderhoud
Onderdeel van Handboek ondergrondse infrastructuren: nadere regels en uitvoeringsvoorschriften UNOG 2016