Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1.

Artikel 4

Afzien van terugvordering of van verdere terugvordering na het voldoen aan de betalingsverplichting, indien de vordering niet het gevolg is van schending inlichtingenplicht dan wel tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.

Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering en Verhaal gemeente Westerwolde 2020

1.. In afwijking van artikel 2 kan het college besluiten af te zien van terugvordering of van verdere terugvordering van uitkering indien de belanghebbende: gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en ten minste 75% van de hoofdsom heeft voldaan; of gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald en ten minste 75% van de hoofdsom heeft voldaan; of gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten. 2.. In beginsel wordt een besluit als bedoeld in het eerste lid, aanhef, onder a. b. en d. slechts genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht. Tot toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c. wordt uitsluitend ambtshalve besloten. 3.. Het college kan uit doelmatigheidsoverwegingen van terugvordering of van verdere terugvordering afzien indien het restant van de vordering(en) per debiteur lager is dan € 50,00. 4.. De in onderdeel 1 genoemde termijn bedraagt 10 jaar indien sprake is van een verwijtbare vordering wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht. 5.. Als er sprake is van vermogen waarmee de vordering geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan kan er geen sprake zijn van kwijtschelding. 6.. Ingeval artikel 13 Bbz 2004 bij de toekenning van toepassing was, bedraagt de terugbetalingsperiode maximaal 10 jaar na beëindiging van de uitkering op grond van het Bbz 2004. Deze termijn kan na schriftelijk verzoek met maximaal 3 jaar worden verlengd. Na het voldoen aan de afgesproken aflossingsbedragen kan het restant worden kwijtgescholden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel