Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 14.

Regels voor Persoonsgebonden budget (PGB)

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Gennep 2020

Het college verstrekt een PGB in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen professionele ondersteuning, niet-professionele ondersteuning en ondersteuning door het sociale netwerk. De hoogte van een PGB: wordt mede gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan – het PGB-plan gemeente Gennep - waarin in ieder geval uiteen is gezet: welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; wordt berekend op basis van een prijs of tarief: waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het PGB toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken; het persoonsgebonden budget voor dienstverlening kan opgebouwd zijn uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en verzekeringen. Reiskosten worden niet vergoed en vormen daarom geen onderdeel van het persoonsgebonden budget. waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cliënt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren wil betrekken; waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in het derde lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de cliënt de mogelijkheid heeft om de betreffende diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, en indien nodig, aangevuld met een vergoeding voor reparatie (5% van de aanschafprijs voor maximaal 5 jaar), onderhoud en verzekering; waarbij reiskosten worden niet vergoed en daarom geen onderdeel vormen van het persoonsgebonden budget. voor professionele ondersteuning wordt het laagste gemiddelde tarief dat in het (raam)contract overeengekomen is met aanbieders voor de betreffende te verstrekken maatwerkvoorziening. voor niet-professionele ondersteuning door middel van dezelfde te verstrekken maatwerkvoorziening wordt maximaal 75% van het tarief voor professionele ondersteuning. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura. Een cliënt aan wie een PGB wordt verstrekt kan diensten onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk wanneer: het tarief of de prijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1, bedraagt voor maatschappelijke ondersteuning - verleend door een derde, niet zijnde op onverplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning door een hulp uit het sociale netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 - 50% van het professionele uurtarief tot ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura, als noodzakelijk is om: te verzekeren dat het budget de cliënt in staat stelt tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken; en op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon. een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 kan voor op onverplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning een tegemoetkoming van maximaal € 170,-- per kalendermaand worden betaald, voor zover van toepassing aangevuld met een tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten ten behoeve van de hulp overeenkomstig de door het college daarvoor vastgestelde bedragen. de hoogte van het persoonsgebonden budget voor de inzet van het sociale netwerk is 50% van het persoonsgebonden budget voor professionele ondersteuning bedraagt, aangevuld tot het wettelijk minimumloon en de minimumvakantiebijslag indien er sprake is van een overeenkomst van opdracht, met uitzondering van de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep. Er wordt geen PGB verstrekt om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk, tenzij: dit naar het oordeel van het college, gezien alle relevante omstandigheden, de voorkeur verdient. Daarbij is van belang dat het in ieder geval beperkt blijft tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is. Een tussenpersoon of belangenbehartiger niet uit het PGB wordt betaald. Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt Het college kan nadere regels stellen over het persoonsgebonden budget.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel