**1..** Naast de verplichtingen op grond van artikel 10 en 11 van de ASA 2013, zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:
de subsidieontvanger neemt actief verantwoordelijkheid voor de culturele infrastructuur door bijvoorbeeld toe te zien op (delen van) culturele ketens;
de subsidieontvanger gaat aantoonbaar structurele samenwerkingsverbanden aan met andere kunst- en cultuurinstellingen. Van de podia verwachten we dat zij onderling meer samenwerken en zich optimaal inzetten om met een zo divers en gevarieerd mogelijke reeks van producerende instellingen (bespelers) samen te werken;
de subsidieontvanger is actief zijn op het gebied van cultuureducatie en/of talentontwikkeling en/of cultuurparticipatie. In samenhang met het rijksbeleid vragen we een substantiële bijdrage aan cultuureducatie en/of talentontwikkeling, al naar gelang de aard en activiteiten van de instelling;
de subsidieontvanger zet zich aantoonbaar in voor het bereiken van nieuwe publieksgroepen (met name jong en divers);
de subsidieontvanger geeft uitvoering aan de Governance Code Cultuur, de Code Diversiteit & Inclusie en de Fair Practice Code en indien de subsidieontvanger een museum betreft, staat de subsidieontvanger ingeschreven in het Museumregister en geeft uitvoering aan de Ethische Code voor Musea (ICOM) ;
de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat het gebruik van bont in kleding of de verkoop van bont geen deel is van de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt, uitgezonderd bont dat vanuit kunsthistorisch perspectief wordt tentoongesteld of bont dat verwerkt is in materiaal dat hergebruikt wordt waaronder begrepen bestaande decorstukken;
het college kan de aanvrager bij een positief financieel resultaat verplichten een bestemmingsfonds te vormen dat uitsluitend besteed mag worden aan nog niet gerealiseerde activiteiten waarvoor de gemeente subsidie heeft verstrekt in de periode 2021-2024.
**2..** Het college kan de in het eerste lid genoemde verplichtingen nader uitwerken in het besluit waarmee de subsidie wordt verleend, dan wel deze verplichtingen gedeeltelijk van toepassing verklaren.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 15
Aanvullende verplichtingen
Onderdeel van Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, Hoofdlijnen en Kunstenplan 2019