Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Selectie objecten en voorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels bewegwijzering (toeristische) objecten Oisterwijk

3.1 Lokale objecten versus toeristisch-recreatieve voorzieningen Er is een verschil tussen lokale objecten en toeristisch-recreatieve voorzieningen. Lokale objecten zijn openbare gebouwen of voorzieningen die veel (vreemd) verkeer aantrekken. Voorbeelden zijn een gemeentekantoor of een politiebureau met een publieksfunctie. Toeristisch-recreatieve voorzieningen zijn voorzieningen die door aard, omvang en wijze van beheer zijn ingesteld op bezoek door recreanten en/of toeristen. Er dient sprake te zijn van een duidelijk waarneembaar begrensd gebied met een beperkt aantal ingangen of toegangen. Voorbeelden zijn een pretpark, recreatieplas of camping. Of de objecten al dan niet commercieel worden geëxploiteerd, is uit het oogpunt van de bewegwijzering niet van belang. 3.2 Criteria voor selectie objecten De gemeente Oisterwijk heeft een groot scala aan te verwijzen objecten. Een wildgroei aan borden moet worden voorkomen en dus een selectie van te bewegwijzeren objecten moet gemaakt worden en de frequentie van het bewegwijzeren moet zoveel mogelijk beperkt zijn. In principe komen objecten in aanmerking voor bewegwijzering indien het (relatief) veel, onbekend verkeer aantrekt. Specifiek voor sportaccommodaties wordt in eerste instantie verwezen naar het sportcomplex of sportpark. Op het terrein van het sportcomplex kunnen dan afzonderlijke verwijzingen, naar de verschillende sportaccommodaties worden geplaatst. Toeristische-recreatieve voorzieningen gelegen binnen het gebied vennelaan, scheibaan, rosepdreef, fransebaan, oirschotsebaan, gemullehoekenweg wordt in eerste instantie verwezen naar andere recreatievoorzieningen. Ter hoogte van de verschillende voorzieningen kan naar de individuele voorzieningen worden verwezen. Gebiedsafbakening andere recreatievoorzieningen. 3.3 Lokale objecten Bedrijventerreinen van enige omvang worden bewegwijzerd via de ANWB-bewegwijzering. Indien deze bewegwijzering ontbreekt, zal door middel van de lokale bewegwijzering deze objecten bewegwijzerd worden. Bedrijven anders dan toeristische bedrijven (zoals afzonderlijke bedrijven, onderwijsinstellingen en maatschappelijke instellingen) worden niet bewegwijzerd. De volgende lokale objecten worden in de bewegwijzering meegenomen, indien deze niet door de ANWB-bewegwijzering zijn opgenomen: 1. Overheidsinstellingen met een publieksfunctie 2. Begraafplaatsen en uitvaartcentra 3. Culturele instellingen 4. Toeristisch belangrijke objecten in beheer van gemeente 5. Sportaccommodaties 6. Station 3.4 Toeristisch-recreatieve voorzieningen Bij de toeristische en recreatieve voorzieningen kunnen een vraag voor bewegwijzering indienen indien zij vallen onder één van de volgende subcategorieën en voldoen aan de voorwaarden. (Dag)Toerisme: Toeristische objecten en dagrecreatieve bedrijven komen alleen in aanmerking voor bruin/witte verwijzing indien deze (gedeeltelijk) toegankelijk zijn voor toeristen, recreanten en passanten. Verblijfsrecreatie: Verblijfsrecreatieve objecten worden instellingen of bedrijven verstaan die, al dan niet, commercieel, een recreatief vakantieverblijf met minimaal 8 slaapplaatsen aanbieden. Voorbeelden zijn: (mini)Campings, hotels, pensions, B&B’s, groepsaccommodaties, recreatie- bungalow en stacaravanparken. Voor B&B’s geldt een minimum van 2 slaapplaatsen. Horeca: Onder horecabedrijven worden bedrijven verstaan die onder de branchecodering horeca van de Kamer van Koophandel vallen. Voor bewegwijzering komen in aanmerking horecagelegenheden met zaalverhuur voor minimaal 100 personen en restaurants, bistro’s en eetcafés met minimaal plaats voor 25 gasten gelegen buiten de centrumgebieden van onze gemeente. 3.5 Methode van bewegwijzering Om tot een logische en wenselijk route te komen, wordt onderstaand stappenplan doorlopen. Stap 1: Startpunt bewegwijzering Voor elk object of voorziening wordt bekeken vanaf welke invalsweg/startpunt deze bewegwijzerd gaat worden via een zogenoemd bebordingsplan. Stap 2: ANWB bewegwijzering Vanaf de vertrekpunten in stap 1 wordt de bewegwijzering gestart tot aan de locatie van het object of voorziening. De ANWB bewegwijzering is hierin leidend. Indien ANWB bewegwijzering aanwezig én bruikbaar is voor het te verwijzen object, dan wordt zoveel mogelijk van de ANWB bewegwijzering gebruik gemaakt. Zodra de te verwijzen route afwijkt van de ANWB bewegwijzering, dan neemt de lokale bewegwijzering het over. Een goed voorbeeld is de ANWB bewegwijzering ‘ CENTRUM’. Verwacht mag worden dat voor een aantal objecten (zoals gemeentekantoor) de bezoekers logischerwijs eerst de borden ‘ CENTRUM’ volgen. Indien de ‘ CENTRUM’-route van de meeste logische én wenselijke route voor het betreffende object afwijkt, neemt de lokale bewegwijzering het over. Specifiek voor sportaccommodaties en het gebied andere recreatieve voorzieningen geldt dat hier eerst naar het gebied wordt verwezen en daarna naar de individuele voorziening. Stap 3: De meest logische én wenselijke route Zodra de lokale bewegwijzering start, wordt gekeken naar de meest logische én wenselijke route. Woonstraten worden zoveel mogelijk vermeden en waar mogelijk wordt via de gebiedsontsluitingswegen bewegwijzerd. Alleen op beslispunten waar van de doorgaande route moet worden afgeweken (zoals kruisingen) wordt bewegwijzering geplaatst. Stap 4: Verwijzing naar parkeerterreinen Zodra de te bewegwijzerde route het object bereikt heeft, wordt verwezen (indien aanwezig) naar het aanwezig parkeerterrein.

Rechtspraak bij dit artikel