Toekenning en verlening van exploitatievergunning
Op basis van de voorselectie middels de ontwerp-vergunningsaanvragen worden vergunningen toegekend aan die initiatieven die het hoogst staan op de rangorde in artikel 12.2, beginnend bij de nummer 1 in de rangorde, vervolgens de nummer 2 en zo verder, totdat het vergunningplafond van de betreffende ronde bereikt is. Het vergunningplafond in een ronde kan niet worden overschreden.
Indien op de laatste plaats van de rangorde voor het bereiken van het vergunningplafond twee of meer ontwerp-aanvragen zijn geëindigd, wordt door middel van loting de laatst toe te kennen vergunning binnen de ronde toegekend. De loting is openbaar voor de betrokken partijen en wordt uitgevoerd door een collegelid.
Binnen 6 maanden, na toekenning conform art 13.1 sub a, dient aanvrager gelijktijdig een ontvankelijke aanvraag omgevingsvergunning en exploitatievergunning te doen om het complex te kunnen realiseren. Indien dit niet gebeurt vervalt de, op basis van de positie in de rangorde in de voorselectie, verkregen toekenning van de exploitatievergunning.
Een toetsing in het kader van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) maakt onderdeel uit van de vergunningsaanvraagprocedure.
Het toekennen van een exploitatievergunning op basis van de voorselectie is geen garantie voor verkrijgen van een omgevingsvergunning. Het aanvragen van een omgevingsvergunning is voor eigen rekening en risico van de aanvrager.
De exploitatievergunningen worden verleend aan de in 13.1 sub a benoemde initiatieven zodra de bestemming van de beoogde locatie de ontwikkeling in overeenstemming is met het beoogde gebruik.
Indien de genoemde bestemming van de beoogde locatie niet binnen 2 jaar na de ontvankelijke aanvraag omgevingsvergunning in overeenstemming is met het beoogde gebruik vervalt de, op basis van artikel 13.1 sub a, verkregen toekenning van de exploitatievergunning.
Indien de in artikel 13.1 sub g benoemde termijn wordt verstreken door omstandigheden buiten toedoen van de initiatiefnemer, zoals planologische proceduretijd, blijft verkregen toekenning van de exploitatievergunning van kracht.
In geval van het vervallen van een exploitatievergunning conform 13.1 sub c en sub g of bij tussentijds intrekken of anderszins beëindigen van een exploitatievergunning, wordt niet de volgende aanvrager in de rangorde benaderd, maar besluit het bevoegd gezag op dat moment of er basis is voor het uitschrijven van een nieuwe verdelingsronde waarvan de aantallen uit de vrijgevallen exploitatievergunning onderdeel uit maken.
Werkingsduur
De te verlenen exploitatievergunning heeft een maximale werkingsduur (looptijd) van vijftien jaar. Deze termijn vangt aan op de datum dat het betreffende complex in gebruik genomen wordt door de eerste (inter)nationale werknemer.
Hoofdstuk 6.
Artikel 13
Besluitvormingsfase
Onderdeel van Beleidsregels Huisvesting (inter)nationale werknemers Vlissingen 2019