Naar hoofdinhoud
1.. Bij het verstrekken van alle maatwerkvoorzieningen, zowel bij verstrekking in de vorm van een pgb als in natura, is een bijdrage in de kosten verschuldigd, met uitzondering van de volgende voorzieningen of ondersteuning: rolstoelen; collectief vervoer; toegankelijkheidsaanpassingen bij gemeenschappelijke deuren; kindverzorging ((her)indicaties van na 1 januari 2016); maaltijdverzorging ((her)indicaties van na 1 januari 2016); persoonlijke verzorging ((her)indicaties van na 1 januari 2016); de laagste ondersteuning bij sociaal en persoonlijk functioneren (waakvlam) ((her)indicaties van na 1 januari 2016). 2.. Voor de maximale bijdrage in de kosten bij het verstrekken van de in het eerste lid genoemde maatwerkvoorzieningen, met uitzondering van beschermd wonen en opvang, wordt verwezen naar artikel 3.8 lid 1 van het uitvoeringsbesluit Wmo 2015, waarbij onder toepassing van artikel 3.8 lid 2 sub b van dit uitvoeringsbesluit de inkomensbedragen als volgt worden verhoogd: voor de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt: € 26.027,00; voor de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt: € 19.588,00; voor de gehuwde cliënt waar beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt: € 27.053,00. 3.. De bedragen die gelden voor de maximale bijdrage in de kosten bij het verstrekken van de maatwerkvoorziening beschermd wonen, zijn gelijk aan de bedragen zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, artikel 3.11 en artikel 3.12, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 4.. De berekening van de bijdrage in de kosten voor opvang vindt plaats conform de beschrijving in de “Verordening eigen bijdragen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 2014”. De bijdrage wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de dan geldende bijstandsnorm, de Nibudnorm voor persoonlijke uitgaven en de richtlijnen voor de zorgverzekering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel