Naar hoofdinhoud
1.. Verstrekking van het pgb vindt niet plaats indien niet voldaan wordt aan de voorwaarden als genoemd in artikel 16 van deze verordening. 2.. Verstrekking van het pgb vindt niet plaats indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de cliënt geen redelijke waardering van zijn belangen ten aanzien van de zorgvraag kan maken. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat hij niet in staat is de aan het pgb verbonden taken uit te voeren. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstig vermoeden bestaat dat de verstrekking van het pgb niet bijdraagt aan het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie van de aanvrager. het pgb niet of voor een ander doel gebruikt wordt. het college eerder toepassing heeft gegeven aan artikel 2.3.10 eerste lid onderdeel a., d. en e. van de wet. voor zover de kosten van het betrekken van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van derden hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening. de zorgverlener of aanbieder tevens de budgetbeheerder of vertegenwoordiger van de cliënt is. 3.. Het pgb mag niet besteed worden aan de bemiddeling bij het aanvragen van een indicatie of het beheer van het pgb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel