**1..** Een gesprek maakt in principe deel uit van het onderzoek. Het gesprek wordt gevoerd met de cliënt, dan wel zijn gemachtigde, vertegenwoordiger, mantelzorger en/of personen uit het sociale netwerk in aanwezigheid van de cliënt. Als de cliënt genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek.
**2..** De factoren, genoemd in artikel 2.3.2 vierde lid van de wet maken in ieder geval deel uit van het onderzoek en vormen de basis van het gesprek als bedoeld in het eerste lid.
**3..** Tijdens het gesprek wordt aan de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een pgb en wat de gevolgen van die keuze zijn.
**4..** Het college wijst de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger op de mogelijkheid om een aanvraag als bedoeld in artikel 8 van deze verordening in te dienen.
**5..** Het college verstrekt de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek middels een ondersteuningsplan, tenzij de cliënt aangeeft hiervan af te zien. Tevens informeert het college de cliënt over de gang van zaken tijdens en na het gesprek alsmede diens rechten en plichten en de vervolgprocedure.
**6..** In spoedeisende situaties, zoals bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet, kan het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening treffen in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.
Hoofdstuk 2:
Artikel 6.