Hulp bij het huishouden is aangewezen indien de belanghebbende beperkingen ondervindt in het voeren van het huishouden. Het gaat hierbij om de volgende resultaten die bereikt moeten worden als compensatie van deze beperkingen:
een schoon en leefbaar huis;
het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;
het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;
het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren.
Tot een schoon en leefbaar huis behoort het zware en lichte huishoudelijk werk. Het gaat daarbij concreet om het stofzuigen van de woning, het soppen van badkamer, keuken, toilet, het dweilen van vloeren en het overigens schoonhouden van de ruimten die onder de compensatieplicht vallen. Deze ruimten zijn die ruimten die - op het niveau sociale woningbouw - voor dagelijks gebruik noodzakelijk zijn, zoals de woonkamer, slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten. Niveau sociale woningbouw betekent dat dit niveau als uitgangspunt wordt genomen.
Het betreft alle activiteiten om het huis, exclusief de tuin, maar inclusief balkon en berging, schoon en leefbaar te houden.
In elk huishouden zijn boodschappen voor de dagelijkse activiteiten nodig. De compensatieplicht ten aanzien van het beschikken over goederen voor de primaire levensbehoeften is beperkt tot de levensmiddelen en schoonmaakmiddelen. Het gaat om zaken die dagelijks/wekelijks gebruikt worden in elk huishouden. Zo vallen de grotere inkopen zoals kleding en duurzame goederen hier niet onder. Daarnaast valt ook het bereiden en/of het aanreiken van maaltijden onder dit resultaat.
De dagelijkse kleding moet eveneens schoongemaakt worden. Dit betekent het wassen, drogen en in bepaalde situaties strijken van kleding. We spreken hier uitsluitend over normale kleding voor alledag. Daarbij is het uitgangspunt dat zo min mogelijk kleding gestreken hoeft te worden. Met het kopen van kleding dient hier rekening mee te worden gehouden. Ook worden er geen lakens, theedoeken, zakdoeken en ondergoed gestreken.
Indien het ophangen van de was een probleem is, is een droger voorliggend. Bij de aanschaf van kleding moet ook hier rekening mee gehouden worden.
Tot slot kan het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren onder de compensatieplicht vallen. De zorg voor kinderen is in eerste instantie een taak van de ouders. Zo moeten werkende ouders er zorg voor dragen dat er op tijden dat zij beide werken opvang voor de kinderen is. Dat kan op de manier waarop zij dat willen (oppasoma, kinderopvang), maar het is een eigen verantwoordelijkheid. Dat is niet anders in de situatie dat beide ouders mede door beperkingen niet in staat zijn hun kinderen op te vangen. In die situatie zal men zelf een permanente oplossing moeten zoeken. De Wmo heeft vooral een taak om tijdelijk in te springen zodat de ruimte ontstaat om zelf een oplossing te zoeken.