Door het hanteren van het primaat verhuizen dient de belanghebbende niet geconfronteerd te worden met een onredelijke verhoging van de woonlasten. Indien woonlasten bij een verhuizing significant stijgen en daardoor niet passend zijn bij het inkomen van de belanghebbende, dient een uitzondering gemaakt te worden op het primaat verhuizen.
Indien een belanghebbende in een huurwoning woont, eventueel met een huurtoeslag, hoeven de woonlasten bij verhuizing niet significant te stijgen. Tot welke huurprijs de mogelijkheid tot huurtoeslag bestaat is te vinden op de website van de belastingdienst bij huurtoeslag.
Indien een belanghebbende in een huurwoning woont waarvan de huur extreem, eigenlijk onredelijk laag is, dan neemt de uitvoeringsorganisatie bij de afweging wel in ogenschouw wat een voor de belanghebbende gezien zijn inkomen redelijke huur zou zijn (grens sociale huurwoningen).
Een belanghebbende die al meer dan 30 jaar in een koopwoning woont, heeft vaak geen of een lage hypotheek. Dit wil echter niet zeggen dat het primaat verhuizen dan niet gehanteerd kan worden, omdat de woonlasten dan zouden stijgen. Bij een koopwoning kan als woonlast uitgegaan worden van 1% van de marktwaarde aan onderhoud en reservering voor onderhoud per jaar en 0,1 % aan opstalverzekering per jaar. Daarnaast is er een bedrag dat een eigenaar van een woning moet betalen aan onroerendgoedbelasting per jaar. Verder mag meegerekend worden dat men rendement heeft uit vermogen na de verkoop van de woning. Veelal kan een belanghebbende die in een (grotendeels) afbetaalde koopwoning woont zonder significante stijging van de woonlasten in een huurwoning gaan wonen. Bovendien bestaat veelal de mogelijkheid om in een andere, vaak kleinere en daardoor goedkopere, koopwoning te gaan wonen, zonder stijging van de woonlast
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2.10