De meeste aard- en nagelvaste voorzieningen aan de woning worden eigendom van de woningeigenaar.
Trapliften, vlonders en elektrische deuropeners vormen hierop een uitzondering. Deze blijven eigendom van de uitvoeringsorganisatie en mogen door de belanghebbende gebruikt worden zolang als de voorziening noodzakelijk is. Er is hiervoor gekozen omdat het relatief dure voorzieningen zijn die goed hergebruikt kunnen worden.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4.2