In sommige gevallen kan het voor het te bereiken resultaat noodzakelijk zijn dat er ook buiten de woning aanpassingen plaats moeten vinden omdat de woning voor de belanghebbende anders alsnog niet geschikt wordt. Bijvoorbeeld als de woning een zeer hoge voordeurdrempel kent. Een ander voorbeeld kan zijn als er een scootermobiel is verstrekt, waarvoor de oprit naar het huis of de stalling aangepast dient te worden. Dit wordt beschouwd als een woonvoorziening en kan worden verstrekt op grond van de Wmo.
Het aanbrengen van een oprit bij een stoeprand, om met een rolstoel, rollator of scootermobiel vanaf de straat het trottoir te betreden, valt buiten de werking van de Verordening.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4.8