5.6.1.1Aangepaste fiets(voorziening)
Indien de belanghebbende een groot deel van zijn vervoersbehoefte voor deelname aan het maat-schappelijk verkeer kan en wenst in te vullen per fiets en door zijn beperkingen onmogelijk gebruik kan maken van een gewone, algemeen gebruikelijk fiets, kan hij in aanmerking komen voor een aangepaste fiets of voor aanpassing aan een algemeen gebruikelijke fiets.
Criteria fietsvoorzieningen algemeen:
Cliënt kan geen gebruik maken van een gewone, algemeen gebruikelijke fiets;
De fiets is medisch en ergonomisch geschikt en noodzakelijk;
De voorziening biedt een oplossing voor een relevant deel van de vervoersbehoefte;
Er is geen alternatieve of goedkopere vervoersmogelijkheid;
Fietsen maakt al deel uit van het verplaatsingspatroon / van het dagelijks functioneren;
De fiets wordt frequent gebruikt;
Stallingsruimte is aanwezig of kan binnen redelijke termijn door de belanghebbende gecreëerd worden.
Wijze van verstrekken
De voorziening wordt eigendom van de belanghebbende.
Bij kinderen wordt een normale (kinder)driewieler als algemeen gebruikelijk beschouwd en komt derhalve niet voor verstrekking in aanmerking.
Nota bene: bij de afweging of een cliënt in aanmerking komt voor een aangepaste fiets(voorziening) dient meegenomen te worden of aanpassing van een eigen vervoer¬middel (bijvoorbeeld eigen fiets of brommer) tot de mogelijkheden behoort. Hierbij kan gedacht worden aan zijwielen aan een fiets voor de stabiliteit, een aanpassing aan het stuur of een speciaal zadel, voor zover niet algemeen gebruikelijk. Indien aanpassing van een eigen vervoermiddel voldoende compenseert en goedkoper is dan de verstrekking van een aangepaste fiets(voorziening) wordt aanpassing van de eigen vervoersvoorziening geadviseerd en vergoed.
De aanpassing wordt volledig vergoed mits de betreffende voorziening een resterende technische levensduur heeft van 5 jaar.
Een aangepaste fiets wordt niet vaker dan eens in de vijf jaar verstrekt. Bij de in eigendom verstrekte fietsvoorzieningen wordt de voorwaarde gesteld dat de fietsvoorziening op een afgesloten plek wordt gestald (niet noodzakelijk overdekt). Onderhoud, verzekering en dergelijke zijn de eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende.
5.6.1.2Duofiets
Een duofiets is een tandemfiets die speciaal is ontwikkeld voor ouders met een gehandicapt kind. Het kind zit voorop de tandemfiets. De volwassene zit achter en stuurt in principe de fiets. Het kind heeft de mogelijkheid mee te fietsen doch kan en hoeft niet altijd mee te trappen.
Voordat tot toekenning van een duofiets overgegaan wordt dient onderzocht te worden of de belanghebbende niet in staat is te fietsen op een gewone tweewieler of dat er gebruik gemaakt kan worden van een algemeen gebruikelijke aankoppelfiets. Er moet sprake zijn van een regelmatige verplaatsingsbehoefte. Er dient bovendien een afweging gemaakt te worden met andere vervoer- en fietsvoorzieningen. Bij een grote overlap in gebruiksfuncties van voorzieningen is verstrekking niet mogelijk.
5.6.1.3Driewielfiets
Een driewielfiets is een fiets met drie wielen die hierdoor zeer stabiel is. In principe wordt de fiets met beenkracht voortbewogen. In enkele gevallen kan de fiets gemotoriseerd zijn (hulpmotor).
De driewielfiets kan eenmaal in de vijf jaar verstrekt worden. Een uitzondering hierop kan gemaakt worden voor een kind die in korte tijd zodanig is gegroeid dat de maatvoering van de voorziening niet meer passend is.
5.6.1.4Rolstoelfiets
De rolstoelfiets is een fiets met plateau aan de voorzijde, waar de belanghebbende zittend in de rolstoel opgereden en meegenomen kan worden. Het betreft passief vervoer per fiets. Voor dergelijk vervoer zijn ook zijspannen voor aan een fiets, waarin een rolstoel kan worden geplaatst, beschikbaar. Een andere mogelijkheid om met een belanghebbende zittend in een rolstoel te fietsen is een koppeldeel, welke geplaatst wordt tussen een gewone fiets en een rolstoel. Het zal van individuele omstandigheden afhangen welke voorziening geschikt is.
De rolstoelfiets wordt meestal aangevraagd door de ouders van een gehandicapt kind. Met deze voorziening kunnen zij met hun kind een stuk gaan fietsen, op bezoek gaan bij familie en vrienden en boodschappen doen. Het gaat dan om kinderen die te groot zijn geworden voor een gewoon fietsstoeltje en medisch/ergonomisch niet in staat zijn om zelf met een driewiel- of een duofiets te fietsen.
Voordat een rolstoelfiets wordt toegekend, dient bekeken te worden of er alternatieve oplossingen te bedenken zijn. Wellicht is er een alternatief voor de verplaatsingsbehoefte aan te geven. Als een belanghebbende gebruik kan maken van een aangepaste fiets zal daarnaast geen rolstoelfiets worden verstrekt. De rolstoelfiets moet voorzien in de behoefte van de familie om samen iets te doen bij gebrek aan enige andere mogelijkheid. Als er een goedkopere geschikte voorziening is zal deze worden toegekend.
Bekeken zal worden of het fietsen al voor het indienen van de aanvraag een onderdeel van het verplaatsingspatroon van de belanghebbende is. Zat het kind bijvoorbeeld altijd al in een fietsstoeltje achterop en ging men zo regelmatig boodschappen doen of uitstapjes maken?
Een rolstoelfiets zal niet snel verstrekt worden als de belanghebbende er slechts incidenteel gebruik van zal maken. Er zal pas toekenning plaatsvinden als duidelijk is dat men zeer regelmatig zal gaan fietsen, er dus een regelmatige verplaatsingsbehoefte is.
Er zal altijd een begeleider moeten fietsen met de rolstoelfiets. Tijdens de passing kan beoordeeld worden of de voorziening kan worden gehanteerd en of de voorziening wel voldoet aan de behoefte. Het voortbewegen en manoeuvreren ervan vergt namelijk behoorlijk wat vaardigheden en kracht. Proefrijden kan worden overgeslagen als aangetoond kan worden dat er al ervaring met de voorziening is opgedaan.
Er zal een geschikte stalling voor de voorziening beschikbaar moeten zijn. Dit is de verantwoordelijkheid van de (verzorgers van de) belanghebbende. Een woningaanpassing voor stalling zal in principe niet vanuit de Wmo gefinancierd worden. Een ieder wordt geacht zijn fiets te kunnen stallen. Voor sommige aangepaste fietsen worden in voorkomende gevallen alleen de deuren van bergingen verbreed, omdat de fiets er anders niet in kan.
5.6.1.5Ligfiets
Een ligfiets is een fiets waarbij iemand in een lighouding (ook wel zeer onderuitgezakt zitten) met een voorwaartse beweging met de benen fietst. Een ligfiets wordt slechts bij hoge uitzondering verstrekt. De ligfiets moet voor de belanghebbende de enige reële optie zijn. Een ligfiets wordt dus slechts verstrekt indien alle andere fietsvoorzieningen geen oplossing bieden.
5.6.1.6fietszitje of autozitje
Een kinderzitje voor in de auto of voor op de fiets is algemeen gebruikelijk. Wanneer een kind niet in een gewoon auto- of fietszitje kan zitten, kan een speciaal auto- of fietszitje noodzakelijk zijn.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.6.1