Naar hoofdinhoud
Een door de uitvoeringsorganisatie te verstrekken voorziening kan bestaan uit een aanpassing van een rolstoelvoorziening. Vaak zijn individuele aanpassingen nodig om een rolstoel adequaat te maken. Een deel van deze aanpassingen kan worden uitgevoerd door standaardonderdelen aan de rolstoel toe te voegen. Aanpassingen aan rolstoelen worden volledig vergoed. Individuele aanpassingen zijn te onderscheiden in aanpassingen aan: zit-, rug- en ondersteuningsdelen; rijgedeelte; bediening en/of besturing; fixatie. Wanneer zitondersteuningen (zitschaal of zitorthese) en anti-decubituskussen van een rolstoel of duwwandelwagen een vast onderdeel vormen, in die zin dat zij niet zonder elkaar zijn te gebruiken, worden zij als onderdeel van de rolstoel beschouwd en vallen onder de werking van de Wmo. 6.2.4.1Vijfde wiel Een vijfde wiel (handbike) is een wiel met handbediende trappers die aan een rolstoel aan- en afgekoppeld kan worden. Indien een vijfde wiel aan een rolstoel is gekoppeld, kan de gebruiker zich met de cranks met grotere snelheid en over grotere afstanden voortbewegen. De voorziening kan alleen verstrekt worden als er een adequate rolstoel aanwezig is en als de belanghebbende kiest voor een vijfde wiel in plaats van een scootermobiel of een elektrische rolstoel. De voorziening kan niet verstrekt worden als de belanghebbende gebruik maakt van een scootermobiel, een elektrische rolstoel of een andere voorziening die het gebruik overlapt. 6.2.4.2Duwbekrachtiger Een duwbekrachtiger is een elektrisch aangedreven wiel welke onder een rolvoorziening gekoppeld kan worden. De bediening wordt bij de duwhandvatten van de rolvoorziening geplaatst zodat de begeleider die de rolstoel duwt de duwbekrachtiger kan bedienen. Een duwbekrachtiger kan de begeleider van de rolstoel assisteren in het vooruit en achteruit rijden waardoor deze minder kracht hoeft te gebruiken. De voorziening kan niet verstrekt worden als de belanghebbende gebruik maakt van een scootermobiel, een elektrische rolstoel of een andere voorziening die het gebruik overlapt. 6.2.4.3Elektrische aandrijfunit De elektrische hulpaandrijving wordt gezien als toevoeging op een handbewogen rolstoel. De rolstoel wordt voorzien van twee motoren die bediend worden middels de hoepels van de handbewogen rolstoel. Het voordeel is dat de belanghebbende met de handbewogen rolstoel langere afstanden kan overbruggen. De hoepels met de motoren bieden de gebruiker controle en geven extra kracht van aandrijving nadat de hoepels zijn losgelaten. De elektrische hulpaandrijving op een handrolstoel wordt veelal verstrekt voor buitenshuis. De voorziening wordt dan ook niet verstrekt als de belanghebbende gebruik maakt van een scootermobiel, een elektrische rolstoel of een andere voorziening die het gebruik overlapt.

Rechtspraak bij dit artikel