Nut en noodzaak van lokale opwekking van duurzame energie
Als gemeente zien we zowel het nut als de noodzaak om tot voldoende lokale opwekking van duurzame energie over te gaan. Rijksbeleid is de energievoorziening van centraal en fossiel steeds meer te transformeren naar lokaal en hernieuwbaar. De energietransitie biedt ons ook zeker kansen. Dit betekent dat weliswaar lokaal de lasten merkbaar worden, maar dat ook de lusten meer lokaal behouden kunnen worden. Dat kan de lokale en regionale economie versterken. We dragen daarmee zelf bij aan een schonere woon- en leefomgeving.
De noodzaak mag helder zijn: klimaatverandering is een belangrijke aanleiding voor de energietransitie. CO2 en andere emissies door fossiele brandstoffen zorgen voor onder andere temperatuurstijging, droogte, stijging van de zeespiegel en verstoring van ecosystemen. Daarnaast zien we problemen met de winning van aardgas in Groningen en willen we tegelijkertijd niet te zeer afhankelijk zijn van bepaalde buitenlanden. Hierover hebben we mondiaal en nationaal afspraken gemaakt. Zie hoofdstuk 2 voor een uiteenzetting van de kaders en ambities. De landelijke doelen zoals nu geformuleerd liggen op het tussenstation van 2030 en zijn gefocust op het behalen van 49% CO2-reductie. In de periode 2030-2050 wordt gewerkt naar 95% CO2-besparing.
Focus op zonne- en windenergie
Zonne- en windenergie is een toepasbare en bewezen techniek. Er is geen sprake van uitstoot tijdens de exploitatie en het kan decentraal worden toegepast. Het is, mits met beleid toegepast, een maatschappelijk breed geaccepteerde vorm van duurzame energieopwekking. In de afgelopen jaren heeft vooral de opwekking van zonne-energie een enorme vlucht genomen. In eerste instantie ging het alleen om het opwekken van zonne-energie op de daken van woningen en bedrijfsgebouwen. Door de toegenomen urgentie en rijkssubsidie-mogelijkheden is het aantal verzoeken voor het realiseren van grootschalige grondgebonden zonneparken en windparken in den lande aanzienlijk toegenomen.
Biovergisting, biomassacentrales, mestvergisting en vergelijkbare installaties zijn buiten beschouwing gelaten in dit kader en doorlopen bij ontwikkeling ervan een maatwerkaanpak. Reden hiervoor is dat deze over het algemeen bedrijfsgebonden zijn en worden voorzien door passende wet- en regelgeving. Zonne- en windparken daarentegen zijn een relatief nieuwe ontwikkeling in ons buitengebied en vragen om nadere kaderstelling. Zie hoofdstuk 4 voor kaders voor zonne-energie en hoofdstuk 5 voor kaders voor windenergie.
Spanningsveld tussen energieambities, omgeving en omgevingskwaliteit
De energietransitie zien we als een blijvende en noodzakelijke ontwikkeling en staat niet ter discussie. Het feit dat we lokaal energiebronnen aanboren of realiseren hoort daartoe. Opwekking en gebruik komen dichter bij elkaar te liggen. Dat heeft impact op de omgeving, zoals elke ruimtelijke ontwikkeling. Tot nu toe sturen we vooral op de ruimtelijke kwaliteit omdat we daarvoor makkelijker kunnen terugvallen op bestaande kaders en wet- en regelgeving. Dit doet tekort aan de maatschappelijke impact van grootschalige opwekking via zonne- of windparken. Veelal wordt er wel een profijtplan aangereikt om de omgeving enigszins mee te laten profiteren en worden soms de mogelijkheden geboden om financieel mee te doen via een postcoderoos. Het beleidsterrein is redelijk nieuw voor de overheid, kaders worden nog gemist en ontwikkelaars (met in het kielzog grondeigenaren) zien vooral mogelijkheden dichtbij de Enexis aansluitstations. Meer kabels leggen, betekent meer kosten en maakt de business case mogelijk minder interessant. Onze gemeente kent één aansluitstation voor de grootschalige opwekking binnen de gemeentegrenzen met een gelimiteerde capaciteit uiteindelijk. Dit is één van de redenen dat veel commerciële ontwikkelaars zich hebben gemeld om in de nabijheid hiervan zonneparken tot ontwikkeling te brengen.
Als gemeente willen we meer balans brengen in de ruimtelijke en maatschappelijke afwegingen die samenhangen met een zonne- of windpark. Het ruimtelijk aspect blijft belangrijk (waar kan het wel, waar niet), evenals de kwaliteitscriteria die zorgdragen voor een goede landschappelijke inpassing en beoogde kwaliteitsverbetering. Het maatschappelijk aspect is even zo belangrijk, denk daarbij aan het voeren van een zorgvuldige omgevingsdialoog en het eerlijk verdelen van lasten en lusten. Zie hoofdstuk 3 voor een nadere uitwerking van de balans die we zoeken tussen de vier domeinen: ruimte – inwoners – locatie – eigenaarschap.
We staan open voor nieuwe ontwikkelingen
Dit kader zoomt in op zon en wind. Tegelijkertijd zijn we niet blind voor andere en nieuwe technieken, zoals de inzet van verticale opstelling van panelen in het veld met zogenaamde tweezijdige (bifacial) panelen, de opwekking van warmte door zonnepanelen, maar mogelijk ook het omzetten van elektriciteit in gas of andersoortige dragers of de inzet van opslag.
Helder kader en tegelijkertijd een adaptief karakter
KODE Venray is een uitnodigingskader tot stand gekomen in samenspraak met verschillende partners en belangenorganisaties en uiteindelijk vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin staat op welke locaties wat mogelijk is, op welke manier en hoe inwoners en gebruikers van het gebied meegenomen worden in het ontwikkelproces en welke mogelijkheden er zijn voor participatie. De kwaliteit van de landschapscomponent (van landschap tot kavel tot objecten) en de participatieve component (van omgevingsdialoog tot partnerschap) staat voorop. Zowel de ruimtelijke component als de participatiecomponent is gedetailleerd omschreven. In een vroeg stadium biedt KODE Venray handvatten om te bezien of een initiatief voldoende kwaliteit heeft om op enig moment het vergunningstraject in te gaan. Echter, de toekomst is niet voorspelbaar. We gaan zeker tegen verrassingen aanlopen. Er komen ontwikkelingen die de energietransitie zullen versnellen, maar ook kunnen vertragen. Reden dat we graag spreken over een adaptief kader dat kan worden bijgesteld als ontwikkelingen daartoe aanleiding geven.
Monitoren en evalueren
Het is belangrijk voor de gemeente om te monitoren of het kader het beoogde effect heeft. Er is sprake van veel dynamiek op het terrein van zonne- en windenergie, de infrastructuur, ontplooiing van participatie, etc. Reden om ca. 2 jaar na vaststelling een eerste evaluatie te plannen. Dit maakt het mogelijk om het kader op onderdelen bij te stellen en in een goede balans van ‘uitnodiging’ en ‘kwaliteit’ te blijven. Redenen zijn bijvoorbeeld dat de initiatieven toch te weinig kwaliteit realiseren als we voor ogen hebben, opgave niet behaald wordt, blijkt dat de inpassingseisen te hoog zijn, etc. Tussentijdse ervaringen, aanvullingen en verbetersuggesties bundelen we en worden in een actualisatie verwerkt.
Tevens stellen we voor onze ambitie, met name op het vlak van grootschaliger zonneparken in te faseren in de tijd. Voor de korte termijn (2019-2021) limiteren we de opgave, met de ambities richting 2030 in het achterhoofd (die komen vanaf 2022 aan snee). Met dit kader behouden we dus ook grip op de mate waarin claims kunnen worden gelegd in en op ons buitengebied.
Jaarlijks informeren we de gemeenteraad en betrokkenen over de voortgang van de energietransitie in relatie tot de voor 2030 gestelde doelen. We nemen daarin mee het energieverbruik en wat daarop is bespaard (bron: Klimaatmonitor) en energieopwekking lokaal (bron, Enexis, onder voorbehoud).
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.2
Waarom KODE (Kader Opwekking Duurzame Energie) Venray
Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Venray houdende regels omtrent Kader voor Opwekking Duurzame Energie (KODE)