Naar hoofdinhoud
Om de handel in drugs in of bij woningen en lokalen en de daarmee samenhangende negatieve effecten tegen te gaan is strikte handhaving gewenst en noodzakelijk. Proportionaliteit en subsidiariteit Uit het oogpunt van proportionaliteit en subsidiariteit is gekozen voor een getrapt optreden. De zwaarte van de sanctie sluit aan op de ernst van de overtreding. De duur van de sluiting is in eerste plaats afhankelijk van het soort overtreding. De sluitingsduur is in het geval van harddrugs langer dan de sluitingsduur in het geval van softdrugs. Dit hangt samen met het beleidsmatig en strafrechtelijk onderscheid tussen soft- en harddrugs en de onaanvaardbare risico’s van harddrugs. Ook is de sluitingsduur langer indien al eerder een sanctie is opgelegd op basis van artikel 13b Opiumwet. Daarnaast is de sluitingsduur afhankelijk van de vraag of de maatregel betrekking heeft op een woning of op een lokaal. De sluiting van een woning grijpt zwaarder in op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene(n) dan de sluiting van een lokaal. Hier is rekening mee gehouden in de handhavingsmatrix. Tot slot is bij de vaststelling van de verschillende sluitingstermijnen uitgegaan van de tijd die verwacht wordt nodig te zijn om de bekendheid van een locatie als drugsadres teniet te doen of te voorkomen, de rust in de directe omgeving te doen wederkeren of te behouden en (herhaling van) ernstige verstoring van de openbare orde te voorkomen. Ook moet een (verdere) aantasting van het woon- en leefklimaat voorkomen worden. Woningen Voor woningen geldt dat deze niet altijd feitelijk als woning worden gebruikt. Er is soms sprake van schijnbewoning of bedrijfsmatigheid. Om die reden wordt een woning die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor een bedrijfsmatig georganiseerde hennepkwekerij en/of andere aan de handel in drugs gerelateerde activiteiten aangemerkt als lokaal. Of een pand wordt gebruikt als woonruimte en er dan ook sprake is van het hebben van woongenot, blijkt uit de feitelijke constatering ter plaatse. Het is bepalend of er feitelijk sprake is van wonen. In dat geval wordt het pand als zijnde een woning gesloten. De sluiting van een woning is niet in strijd met artikel 8 EVRM. De bevoegdheid van de burgemeester tot het gelasten van de sluiting van de woning is bij de wet voorzien. Indien de woning betrokken is bij de handel in drugs, is de burgemeester bevoegd om de sluiting van de woning te gelasten gedurende de noodzakelijk te achten termijn ter voorkoming van strafbare feiten en ter bescherming van de rechten van anderen. Lokalen Een lokaal is een ruimte niet zijnde een woning. Denk hierbij onder andere aan cafés, winkels, loodsen en bedrijfsruimten en andere ruimten welke niet onder de classificatie van een woning vallen. Voorbereidingshandelingen In geval er sprake is van voorbereidingshandelingen hanteert de burgemeester een kortere sluitingstermijn. Dit heeft te maken met het feit dat er op dat moment (nog) geen verdovende middelen aanwezig zijn in het pand. Ook vindt er op dat moment nog geen drugshandel plaats. Het risico op openbare ordeverstoringen is daarmee kleiner. De betrokken personen (en de daarmee samenhangende risico’s) en attributen zijn echter al wel aanwezig. Ook het aansluiten en opzetten van bijvoorbeeld een drugslab dan wel een hennepkwekerij/drogerij brengt risico’s met zich mee. Vandaar dat wel gekozen wordt voor het opleggen van een maatregel. De openbare orde moet immers gehandhaafd blijven.

Rechtspraak bij dit artikel