Een cliënt kan in aanmerking komen voor beschermd wonen als:
cliënt toezicht en begeleiding nodig heeft, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch of psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast, of het afwenden van gevaar voor zichzelf of anderen;
cliënt een psychische of psychosociale problemen heeft, en
niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen op kunnen heffen.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 21
Beschermd wonen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020