**1..** Onderwerpen waarvoor geen mandaat is verleend.
Onverminderd het bepaalde in artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht zijn de artikelen 2 en 3 niet van toepassing op de taken en bevoegdheden inzake:
artikel 160, lid 1, aanhef en onder b, e - met uitzondering van het bepaalde in artikel 6 onder i. - , f, g, lid 2; artikel 169 en artikel 170 van de Gemeentewet;
besluiten tot vaststelling van besluiten van algemene strekking, waaronder algemeen verbindende voorschriften;
besluiten tot vaststelling van beleidsregels als bedoeld in artikel 1:3, lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht of van andere beleidsstukken;
besluiten tot het aangaan bestuursovereenkomsten;
besluiten tot het verlenen van mandaat, met uitzondering van het bepaalde in artikel 2 en 4;
besluiten die aan de goedkeuring of instemming van een ander bestuursorgaan zijn onderworpen;
beslissen op een bezwaarschrift anders dan bedoeld in artikel 6 onder g., tenzij hierin uitdrukkelijk is voorzien bij de verlenging van mandaat op basis van een bijzonder mandaatbesluit dan wel bij wettelijk voorschrift;
beslissen op administratief beroep, bedoeld in artikel 7:25 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluiten die financiële verplichtingen voor de gemeente tot gevolg hebben waarbij die verplichtingen het bedrag van het door de raad bij begroting vastgestelde krediet overschrijden;
beslissen omtrent toepassen van bepalingen in het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de toekenning van een schadevergoeding aan de werknemer boven een bedrag van € 500,00;
het schriftelijk meedelen van de bevindingen, het oordeel en eventuele conclusies aan de klager na het afsluiten van het onderzoek naar een klacht als bedoeld in Titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht. 12 Die bevoegdheid is voorbehouden aan de Klachtencommissaris.
**2..** Wanneer er geen gebruik mag worden gemaakt van mandaat.
Van het verleende mandaat mag geen gebruik worden gemaakt voor zover het gaat om het
nemen van een besluit:
in afwijking van een wettelijk verplicht advies;
dat niet past binnen het daarvoor bestemde budget of investeringskrediet;
met toepassing dan wel inachtneming van artikel 169, lid 4 van de Gemeentewet;
waarbij de gemandateerde een persoonlijke betrokkenheid heeft;
voor individuele gevallen, die niet onder een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel vallen;
over een verzoek om planschade, tenzij het betreft het (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaren van een dergelijk verzoek in verband met het niet tijdig betalen door de verzoeker van de wettelijke vergoeding, thans als bedoeld in artikel 6.4, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening, dan wel bij en krachtens een opvolgend wettelijk voorschrift met een vergelijkbare inhoud; 13 Bij de totstandkoming van dit besluit wordt gedoeld op de Omgevingswet (vermoedelijke inwerkingtreding op 1 januari 2021).
inzake een verzoek om nadeelcompensatie bij rechtmatig overheidsoptreden, tenzij:
een vergoeding wordt toegekend overeenkomstig de daarvoor vastgestelde beleidsregel met betrekking tot infrastructurele maatregelen tot en met een bedrag van € 25.000,00; of
een verzoek om vergoeding wordt afgewezen overeenkomstig de daarvoor vastgestelde beleidsregel met betrekking tot infrastructurele maatregelen en het gevraagde bedrag van € 75.000,00 of minder bedraagt; of
het een andere aanvraag betreft dan genoemd 0.1 en 0.2 tot en met een bedrag van € 10.000,00;
vaststellen van regels omtrent de ambtelijke organisatie; met uitzondering van de aan de secretaris voorbehouden bevoegdheden als bedoeld in artikel 4;
nemen van een besluit op verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, die betrekking hebben op een ramp als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s (wet van 11 februari 2010);
oninbaar verklaren van publiekrechtelijke vorderingen;
het afgeven van een intentieverklaring of het sluiten van een intentieovereenkomst anders dan in relatie tot een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht;
nemen van een besluit tot het sluiten van een overeenkomst met een financiële waarde buiten de toegekende budgetten;
nemen van een besluit tot het sluiten van een overeenkomst inzake een aanvraag om een geldlening of een garantstelling als bedoeld in de bij en krachtens het van kracht zijnde Treasurystatuut, (en de Beleidsregels publieke taak leningen en garanties gemeente Enschede)
het nemen van een besluit ten aanzien van alternatieve geschillenbeslechting, niet zijnde arbitrage of het voorleggen van geschillen aan scheidslieden, voor zover afspraken daarover vooraf schriftelijk zijn vastgelegd;
besluit tot de oprichting van of de deelneming in rechtspersonen;
besluit tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen/legaten/schenkingen;
aanvragen van surseance van betaling en faillissement;
sluiten van een arbeidsovereenkomst met, het ontslaan van en andere te nemen beslissingen ten aanzien van persoon voor/in de functie van secretaris;
aanwijzen en de voordracht tot aanwijzing van personen als vertegenwoordiger van de gemeente Enschede in bestuurs- en toezichthoudende organen van publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke rechtspersonen met in achtneming van het bepaalde in artikel 10 lid 4;
instellen van en aanwijzen van personen in adviesorganen of in commissies als bedoeld in de artikelen 83 tot en met 85 van de Gemeentewet;
indien de secretaris dat in een concreet geval te kennen heeft gegeven.