Basis: artikel 24 van de Verordening
Nadere regel
Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzeggen indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in de bus verstoort of de veiligheid van bus en inzittenden in gevaar brengt. Hierbij wordt het volgende protocol gehanteerd. Afhankelijk van de ernst van gedraging van de leerling en de omstandigheden kan worden afgeweken van dit protocol.
Het gaat in dit protocol over klachten in verband met agressief gedrag van leerlingen tijdens het vervoer. Uitgangspunt van het protocol is dat de vervoerder zelf de klacht oplost, conform de afspraken vastgelegd in dit protocol. Kan de klacht niet door de vervoerder conform het protocol worden opgelost dan kan een medewerker van de gemeente contact opnemen met de vervoerder om zo de klacht op te lossen. De ouders worden daarvan op de hoogte gesteld.
De klacht wordt eerst met de vervoerder besproken. Een medewerker van de gemeente informeert bij de vervoerder wat zij zelf al hebben ondernomen en vraagt een eventueel rapport van de chauffeur op.
Een eigen vooronderzoek wordt gestart door een medewerker van de gemeente. Er wordt telefonisch contact opgenomen met ouders en/of school. In het telefoongesprek met de ouders bericht de medewerker dat zij ook een waarschuwingsbrief van de vervoerder kunnen verwachten.
Indien de klachten gegrond zijn, volgt de 1e waarschuwingsbrief. De vervoerder wordt op de hoogte gesteld dat aan de ouders/verzorgers van leerling een waarschuwingsbrief is verstuurd.
Bij continuering van de klachten stap 1 en 2 herhalen. Indien de klachten terecht zijn, volgt een 2e waarschuwingsbrief aan ouders/verzorgers over mogelijke totale uitsluiting. Als er een begeleider meegaat anders dan een ouder of verzorger en hieraan kosten verbonden zijn, dan zijn deze kosten voor de ouders/verzorgers.
Bij een volgende klacht neemt een medewerker telefonisch contact op met ouders en school om -zo nodig- een gezamenlijk gesprek in te plannen. Blijkt dat de ouders hieraan niet willen meewerken of blijkt dat er gegronde redenen bestaan om leerling tijdelijk van het vervoer uit te sluiten volgt een schorsing per direct tot en met 1 volle schoolweek (exclusief schoolvakanties). Als er een gesprek heeft plaatsgevonden dan in de brief verwijzen naar het gesprek. Indien er tijdens het gesprek geen verwijtbaar bedrag wordt geconstateerd dan wordt er met ouders en school naar andersoortig vervoer gekeken.
Vinden de klachten plaats tegen het eind van het schooljaar dan geldt de uitsluiting voor een periode van 3 maanden exclusief de zomervakantie. Dit betekent dat de uitsluiting ook in het begin van een nieuw schooljaar kan vallen. Als ouders opnieuw van leerlingenvervoer gebruik willen maken dan moeten ze aan het eind van de schorsingsperiode een nieuwe aanvraag indienen.
Artikel 7.
Ontzegging van toegang tot het vervoer door de gemeente
Onderdeel van Nadere regels Leerlingenvervoer Molenlanden 2020