Voor zover de bevoegdheden niet bij deze regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn toegekend, behoren tot de bevoegdheden van het algemeen bestuur, onverminderd het bepaalde in artikel 33, respectievelijk artikel 33a van de Wet, onder meer:
het vaststellen en wijzigen van de begroting;
het vaststellen van de jaarrekening;
het vaststellen van de organisatiestructuur;
het aangaan van geldleningen en van rekening-courant overeenkomsten;
het vaststellen van de bijdragen van de deelnemers van Cocensus en de wijze van betaling daarvan.
HOOFDSTUK
Artikel 8