Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en vier overige leden.
De in het eerste lid bedoelde leden worden aangewezen door en uit het algemeen bestuur, met dien verstande dat de voorzitter en twee leden uit de deelnemers met drie of meer stemmen worden aangewezen en twee leden uit de deelnemers met minder dan drie stemmen.
De leden van het dagelijks bestuur treden als lid af op de dag waarop de zittingsperiode afloopt.
Degene die tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.
Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant of beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan wordt het aanwijzen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uitgesteld totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is bezet.