**1..** Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen. Gedurende drie jaren na de datum van toetreding tot de regeling is uittreding niet mogelijk.
**2..** Het voornemen tot uittreding wordt bij aangetekende kennisgeving aan de voorzitter van het bestuur medegedeeld. De voorzitter zendt het voornemen onverwijld door aan de overige leden van het algemeen bestuur.
**3..** Het algemeen bestuur stelt de uittredingskosten vast.
**4..** Voor de berekening van de uittredingskosten wordt de opbouw zoals opgenomen in bijlage 2 gehanteerd.
**5..** Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van de uittreedsom, als bedoeld in het derde en vierde lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid van de wet. De uittreding geschiedt per 1 januari van een kalenderjaar met inachtneming van de opzegtermijn als bedoeld in het eerste lid.
**6..** Nadat het definitieve besluit tot uittreding is genomen, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de vastgestelde uittreedsom aan Cocensus te voldoen.