**1..** Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 28 van de Asv die gericht zijn op:
haalbaarheidsstudies en marktverkenningen naar gebruik en beleving van de toeristische overstappunten (TOP’s) ten behoeve van verbetering van de kwaliteit en het gebruik;
verbetering van de kwaliteit van toeristische overstappunten (TOP’s) door middel van recreatieve infrastructurele werken;
ontwikkeling en aanleg van pleisterplaatsen en andere recreatieve voorzieningen of infrastructurele werken (inclusief voorzieningen voor routenetwerken) binnen het programma Recreatie om de Stad Utrecht zoals dit is uitgewerkt in het MJP AVP 2016–2019.
**2..** Nadere criteria
De activiteiten, genoemd in het eerste lid, komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien zij voldoen aan de volgende voorwaarden:
De activiteiten hebben betrekking op de volgende recreatieve voorzieningen in het landelijk gebied of op de grens tussen stad en land:
TOP’s;
pleisterplaatsen, uitsluitend binnen het programma Recreatie om de Stad Utrecht.
het beheer en onderhoud van deze voorziening is voor minimaal 10 jaar geregeld;
de aanvrager onderbouwt dat de subsidiabele activiteiten, genoemd onder a, bijdragen aan het genereren van andere geldstromen opdat er voldoende middelen zijn voor beheer en onderhoud.
**3..** Hoogte subsidie
De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten;
In afwijking van het gestelde onder a kan de subsidie in bijzondere gevallen worden verhoogd tot maximaal 75% van de subsidiabele kosten;
In afwijking van het gestelde onder a kan de subsidie in bijzondere gevallen worden verhoogd tot maximaal 100% van de subsidiabele kosten, uitsluitend binnen het programma Recreatie om de Stad Utrecht.
Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval:
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor voorbereiding (bijvoorbeeld voor opstellen projectplan, advies, vergunningen, bestek) tot een maximum van 15% van de projectkosten;
loonkosten eigen personeel of aan derden betaalde kosten voor directievoering, advies, en begeleiding ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten;
kosten voor de bouw, verwerving of verbetering van onroerende zaken;
materiaalkosten;
kosten voor de inrichting van recreatieve infrastructuur.
Naast de niet-subsidiabele kosten, zoals opgenomen in artikel 12 van de Asv wordt in ieder geval geen subsidie verstrekt voor de volgende kosten:
vervangingsinvesteringen;
kosten voor structurele ondersteuning van activiteiten en organisaties.
**4..** Subsidieontvangers
Subsidie kan worden verstrekt aan eenieder.
**5..** Aanvraag
De subsidieaanvraag kan gedurende het gehele jaar worden ingediend;
In aanvulling op artikel 7 van de Asv is de aanvraag voorzien van een beheer- en onderhoudsplan.
**6..** Europese regelgeving
Indien subsidie wordt verstrekt aan een onderneming geschiedt dit met inachtneming van de verordening (EU) Nr. 1407/2013, betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4.4
Artikel 4.4.1