a. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;
b. doelmatig: met zo beperkt mogelijke inzet van (beschikbare) middelen het gewenste resultaat bereiken;
c. doeltreffend: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk zijn gerealiseerd;
d. inkomsten: totaal van de baten voor onttrekkingen aan reserves;
e. netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar;
f. bruto schuld: het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva;
g. geldelijke bezittingen: het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa;
h. onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting: verschil tussen de opbrengst onroerende zaakbelasting bij de tarieven die minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerende- zaakbelasting;
i. organisatieonderdeel: organisatorische eenheid, die als zodanig een eigen verantwoordelijkheid aan het college heeft;
j. overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;
k. rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten;
l. verbonden partijen: die partijen waarmee de gemeente een bestuurlijke relatie heeft en waarin zij een financieel belang heeft;
m. taakvelden: eenheden waarin de programma’s, bedoeld in artikel 8, tweede lid (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten), of de eenheden in overzichten en bedragen in het programmaplan, bedoeld in artikel 8 (BBV), eerste lid, onderdelen b tot en met e zijn onderverdeeld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder:
Onderdeel van Financiële verordening gemeente De Bilt 2019.