Naar hoofdinhoud
1.. Deze verordening gaat over het in gebruik nemen of geven van woonruimte op de in artikel 2 bedoelde adressen. 2.. Onder woonruimte wordt verstaan: een besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden. 3.. Het in gebruik nemen of geven van woonruimte is alleen mogelijk met een huisvestingsvergunning. Hiervoor gelden bijzondere voorwaarden. 4.. Een deel van de woonruimte, bedoeld in artikel 2, is gelijk aan de van corporaties of gemeenten voor verhuur vrijkomende of beschikbare zelfstandige woonruimten onder de huurprijsgrens. 5.. Voor het in gebruik nemen of geven van woonruimte als bedoeld in het vierde lid, is een huisvestingsvergunning nodig op grond van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2019 (Gemeenteblad 2019, 143559) en op grond van deze verordening. 6.. Een aanvraag van een huisvestingsvergunning voor woonruimte als bedoeld in het vierde lid, wordt eerst beoordeeld aan de hand van de criteria, bedoeld in de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2019, dan wel van de verordening die deze vervangt. Daarna wordt de aanvraag op grond van deze verordening beoordeeld aan de hand van de criteria, bedoeld in deze verordening. Als de beoordelingen zouden leiden tot verschillende beslissingen, dan wordt de beoordeling op grond van deze verordening gebruikt voor de beslissing op de aanvragen. 7.. Op de aanvragen van huisvestingsvergunningen voor woonruimte als bedoeld in het vierde lid, wordt één besluit genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel