Naar hoofdinhoud
1.. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden die beschikken over: een inkomen op grond van het in dienstbetrekking verrichten van arbeid; een inkomen uit zelfstandig beroep of bedrijf; een inkomen op grond van een regeling voor vrijwillig vervroegd uittreden; een ouderdomspensioen als bedoeld in de Algemene Ouderdomswet; een ouderdoms- of nabestaandenpensioen als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, of een aanspraak op studiefinanciering als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000. 2.. Aan woningzoekenden als bedoeld in het eerste lid wordt voorrang gegeven boven woningzoekenden als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel