**1..** Het onderzoek naar overlast of criminaliteit vindt plaats volgens de procedure en de criteria, bedoeld in artikel 10b van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek.
**2..** Bij het onderzoek wordt rekening gehouden met de volgende gedragingen uit de politiegegevens:
het veroorzaken van overlast die hinderlijk of schadelijk is voor personen of een gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid van personen door:
geluid of trillingen;
het plaatsen, werpen of hebben van stoffen of voorwerpen;
het verrichten van handelingen waardoor op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm, stof, stank of irriterend materiaal wordt verspreid;
vervuiling, verontreiniging of schadelijk of hinderlijk gedierte in de woning of de directe omgeving ervan;
onrechtmatig gebruik van een woning;
gebruik van beledigende of discriminerende taal of uitingen jegens of intimidatie van omwonenden of bezoekers;
gewelddadigheden of openlijke geweldpleging tegen, dan wel bedreiging of mishandeling van omwonenden of bezoekers;
activiteiten die strafbaar zijn gesteld op grond van de Opiumwet in of in de omgeving van de woning;
openbare dronkenschap in de omgeving van de woning;
het plegen van vermogensdelicten met een directe relatie tot de woonomgeving;
brandstichting, vernieling en vandalisme in de omgeving van de woning;
radicaliserende, extremistische of terroristische gedragingen die strafbaar zijn gesteld op grond van het Wetboek van Strafrecht.
**3..** Het onderzoek en de duiding van de politiegegevens vinden plaats door de politiechef.
**4..** De burgemeester beoordeelt op basis van de criteria, bedoeld in het eerste lid, het onderzoek en de duiding van de politiegegevens. Op grond hiervan geeft hij een woonverklaring af, waaraan voorschriften verbonden kunnen zijn. Als de burgemeester het voornemen heeft om een negatieve woonverklaring af te geven of aan de woonverklaring voorschriften te verbinden, dan stelt hij de aanvrager van de huisvestingsvergunning in de gelegenheid te worden gehoord.
Artikel 8