Naar hoofdinhoud
1.. Het college past de inkomstenvrijlating toe bij eerste werkaanvaarding tijdens de uitkeringsperiode. 2.. De vrijlating bedraagt 25% van de inkomsten, tot een maximum van het in artikel 31 lid 2, onder n, van de Participatiewet genoemde bedrag per maand. 3.. Van een eerste werkaanvaarding – genoemd in lid 1 – is eveneens sprake indien de bestaande arbeidsuren uitgebreid worden met minimaal 3 uur per week en de inkomstenvrijlating niet eerder is verstrekt. De vrijlating geldt dan voor alle inkomsten uit arbeid en niet slechts voor de nieuw gegenereerde inkomsten. 4.. Toepassing van inkomstenvrijlating geldt zowel voor personen met een uitkering op grond van de Participatiewet, als op grond van de IOAW en IOAZ.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel