Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening en pgb’s

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning De Bilt 2020

1.. Een persoon is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zo lang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb is verstrekt. 2.. Een persoon is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor beschermd wonen zonder wooncomponent ter hoogte van het landelijk geldende abonnementstarief per maand. 3.. Een persoon is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor wonen in een instelling, met wooncomponent, ter hoogte van de intramurale eigen bijdrage. 4.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor Kortdurend verblijf (respijtzorg). Voorzieningen verstrekt aan inwoners jonger dan 18 jaar. De periode van zorg wanneer er sprake is van een onderbreking van twee maanden of meer waarin er geen zorg wordt afgenomen. 5.. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid van het Uitvoeringsbesluit 2015, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het landelijk geldende abonnementstarief voor de cliënt of de gehuwden cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig het volgende lid geen eigen bijdrage is verschuldigd voor. 6.. de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan € 27.220; de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan € 20.795; de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan € 28.713. 7.. Het college kan afzien van het opleggen van een eigen bijdrage wanneer er sprake is van toeleiding tot schuldhulpverlening of het vermoeden van zorgmijding waarbij lid 6 a, b en c niet van toepassing is, voor een maximale termijn van 6 maanden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel