**1..** Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een (bijgestelde) Beleidskader reserves en voorzieningen aan. Het beleidskader geeft de kaders aan met betrekking tot het instellen, de omvang en de bestedingen van reserves en voorzieningen, in overeenstemming met de relevante bepalingen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De raad stelt het beleidskader (en eventuele wijzigingen) vast.
**2..** Het beleidskader behandelt, naast de bepalingen uit het BBV, de volgende onderwerpen:
**a..** de vorming en besteding van reserves;
**b..** de vorming en besteding van voorzieningen;
**c..** de toerekening en verwerking van rente aan de voorzieningen.
**3..** Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:
**a..** het specifieke doel van de reserve;
**b..** de voeding van de reserve;
**c..** de maximale hoogte van de reserve;
**d..** en de maximale looptijd.
**4..** Indien een bestemmingsreserve voor een bestedingsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een besteding, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.
Hoofdstuk 3.
Artikel 11.