**1..** Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een (bijgestelde) Nota* Voor het opstellen van beleidskaders wordt gebruik gemaakt van de Richtlijn voor beleidskaders (De evalueerbaarheid van beleid vergroten). In deze richtlijn wordt aangegeven dat documenten die betrekking hebben op de kaderstellende rol van de raad op beleidsniveau benoemd worden als beleidskader in plaats van (beleids)nota. Het huidige beleidskader is opgesteld voor de invoering van de Richtlijn voor beleidskaders en heeft daarom nog de tenaamstelling van nota. gemeentelijke garanties en geldleningen aan. Het beleidskader gaat in op de wijze waarmee garanties en leningen kunnen worden verstrekt, beheerd en verantwoording kan worden afgelegd, in overeenstemming met de relevante bepalingen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De raad stelt het beleidskader (en eventuele wijzigingen) vast.
Het beleidskader behandelt, naast de bepalingen uit het BBV, de volgende onderwerpen:
**a..** de gemeentelijke beleidskaders voor het verlenen van garanties en verstrekken van geldleningen;
**b..** het in rekening brengen van de kosten voor de aanvraag van het verlenen van garanties en verstrekken van geldleningen.
**c..** de procedurele toets van een aanvraag van een geldlening of garantstelling;
**d..** de financiële toets voor het verstrekken van een geldlening of garantstelling;
**e..** financiële banden met verbonden partijen;
**f..** het gemeentelijke beheers kader.
**2..** Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd.
**3..** Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van:
**a..** levering van goederen, diensten of werken aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;
**b..** een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak;
**c..** een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;
**d..** een bevoordeling van sociale werkplaatsen;
**e..** een bevoordeling van onderwijsinstellingen;
**f..** een bevoordeling van publieke media-instellingen en
**g..** een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.
Hoofdstuk 3.
Artikel 13.