**1..** Indien een belanghebbende de verplichting op grond van artikel 17 van de Wwb of artikel 13 van de IOAW en IOAZ danwel op grond van artikel 30c van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet is nagekomen door informatie die van belang is voor de verlening van bijstand of de voortzetting daarvan niet binnen de door het college daartoe gestelde termijn te verstrekken, wordt een verlaging opgelegd van 5% van de bijstandsnorm gedurende een maand, onverminderd het bepaalde in artikel 2 lid 2.
**2..** De duur van de verlaging wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit, waarbij een verlaging wordt opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbare aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd, wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 6 lid 2.
**3..** Van het opleggen van de verlaging kan worden afgezien en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum van het besluit waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.
Hoofdstuk 3
Artikel 11
Te laat verstrekken van gegevens
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wwb-IOAW-IOAZ 2010