In deze verordening en de daarop gebaseerde regelgeving wordt verstaan onder:
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening waarvan, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat de cliënt daarover, ook als hij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen) beschikken;
Beperking: aan de cliënt verbonden factoren die er toe leiden dat deze niet (volledig) in staat is tot zelfredzaam zijn en te kunnen participeren;
Bijdrage in de kosten: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet;
Budgetplan: een door de cliënt opgesteld, en zonodig door het college goedgekeurd, plan in verband met de aanspraak op een persoonsgebonden budget. Daarin is opgenomen welke maatwerkvoorziening uit het persoonsgebonden budget wordt betaald, wat de kwaliteit daarvan is, en welke resultaten daarmee worden bereikt. Het plan kan worden aangevuld met door het college te stellen voorwaarden;
Cliënt: belanghebbende ten behoeve van wie een voorziening is of wordt aangevraagd
Gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten die een leefeenheid vormen;
Huisgenoot: de persoon die met de cliënt duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont, anders dan door een commerciële huurders- of kostgangersrelatie;
Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de cliënt zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft of zal hebben en op welk adres hij in de basisadministratie personen ingeschreven staat of zal staan. Indien de cliënt met een briefadres in de basisadministratie personen ingeschreven staat, gaat het om het feitelijk woonadres;
Instelling: volgens de Wet toelating zorginstellingen, een ziekenhuis of kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in de Regeling Subsidies AWBZ/Wlz dan wel een door het college goedgekeurde accommodatie van een aanbieder;
Leefeenheid: de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten die duurzaam gemeenschappelijk een woning bewonen en gezamenlijk een huishouden voeren;
Meerkosten: kosten, niet zijnde de kosten bedoeld in artikel 2.1.7 van de wet, die uitgaan boven de kosten die voor de cliënt als algemeen gebruikelijk zijn te beschouwen;
Melding: een verzoek om een onderzoek naar de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning door of namens de cliënt als bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet;
Persoonlijk plan: een door de cliënt opgesteld plan dat aangeeft op basis van artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met e van de wet, welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen;
Plan van Aanpak: de schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 achtste lid van de wet. Daarin kunnen (niet limitatief) benoemd worden: de adviezen, verwijzingen en afspraken die in samenspraak met de cliënt zijn gemaakt, zijn persoonlijk plan, alsmede de beoogde resultaten en de evaluatie daarvan;
Specialisten: een groep van personen met specialistische inhoudelijke kennis over beperkingen van cliënten die geraadpleegd kunnen worden in verband met het onderzoeken van een melding;
Spoedeisend: een onvoorziene situatie die geen uitstel verdraagt;
Vervoersvoorziening: een maatwerkvoorziening, al dan niet gemotoriseerd, waarmee de cliënt zich in zijn leefomgeving kan verplaatsen;
Voorliggende voorziening: een andere wettelijke regeling waarop de cliënt een beroep kan doen met het oog op zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning;
Gesprek: een gesprek naar aanleiding van een melding waarin de onderwerpen van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 vierde lid van de wet aan bod komen;
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
Woning: een woonruimte bestemd en geschikt voor permanente bewoning en waarbij naast een eigen toegang ook geen wezenlijke woonfuncties, zoals woon- en slaapruimte, was en kookgelegenheid en toilet met andere woningen worden gedeeld. Hieronder begrepen woningen waarvoor een persoonlijke gedoogverklaring is afgegeven, een woonschip en een woonwagen mits bestemd en geschikt zijn voor permanente bewoning;
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.