Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.4

Geluid

Onderdeel van EVENEMENTENBELEID 2020-2023

Voor het geluid dat tijdens een evenement geproduceerd wordt, is een ontheffing op grond van artikel 4:6 lid 2 APV noodzakelijk. Afhankelijk van de omvang en het soort evenement worden in deze ontheffing (die deel uitmaakt van de evenementenvergunning) geluidsnormen opgenomen. Geluid van evenementen kan tot veel irritatie leiden bij omwonenden. De vraag welk geluidsniveau door omwonenden geduld moet worden, laat zich moeilijk beantwoorden. De reden hiervoor is dat de mate waarin overlast wordt ervaren van individu tot individu verschilt. Voor degenen die zich in mindere mate betrokken voelen bij het evenement, zal de acceptatie van het evenement afnemen naarmate de duur van het evenement langer is, het geproduceerde geluidsniveau hoger ligt en de hinder daardoor toeneemt. Enerzijds is het vooral bij grotere evenementen onontkoombaar dat inwoners een zekere mate van hinder ondervinden en dit dienen te accepteren: dit is immers inherent aan het wonen in een dorpskern. Anderzijds mogen inwoners van de gemeente verwachten dat zij duidelijke grenzen stelt en eventuele overlast als gevolg van evenementen zoveel mogelijk beperkt. Eenduidig beleid en een heldere normstelling zijn dan ook voor alle betrokkenen van belang. 5.4.1 Geluidsnormen bij evenementen in de open lucht/openbare ruimte Bij het bepalen van de geluidsnormen moeten we een belangenafweging maken. Geluid is meestal een onlosmakelijk onderdeel van een evenement. Het draagt bij aan de beleving en sfeer. Bij sommige evenementen is muziek de hoofdactiviteit. We moeten de geluidsnorm niet zo laag stellen dat de beleving weg is. Aan de andere kant hoeven omwonenden niet onbeperkt hinder te accepteren. Bij het bepalen van de geluidsnormen is het uitgangspunt dat in de woning, bij gesloten ramen en deuren, een normaal gesprek mogelijk moet zijn. In de dag- en avondperiode mag daarom het geluidsniveau door het evenement in de woning niet hoger te zijn dan 50 dB(A). De gemiddelde gevelisolatie van een woning is 25-30 dB(A). Dit betekent dat de maximale gevelbelasting 80 dB(A) is. Bij A- en B- evenementen is de norm zelfs lager. Verschil frequenties dB (A) en dB (C) De gebruikelijke maat voor geluidbelasting is het A-gewogen geluidniveau, uitgedrukt in dB(A). Door de A-weging, die ongeveer de gevoeligheid van het menselijk oor representeert bij een geluidsterkte van 80 dB, worden de lage frequenties niet sterk meegenomen. Lage frequenties worden sterker meegenomen in een andere wegingscurve, de dB(C). Door het verschil tussen de waarden in dB(A) en dB(C) bij de normstelling mee te nemen, wordt een grens gesteld aan de hoeveelheid laagfrequent geluid. Het verschil mag maximaal 15 dB zijn. Dit is verwerkt in de dB(C) norm. Bij het vergunnen van evenementen wordt bijna altijd ontheffing van artikel 4:6 lid 2 van de APV afgegeven. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt om tijdens het vergunde evenement (muziek)geluid ten gehore te brengen. Afhankelijk van de omvang en het soort evenement worden de volgende geluidsnormen opgelegd: Categorie evenement dB(A) dB(C) A 75 dB(A) 85 dB(C) B 75 dB(A) 90 dB(C) C 85 dB(A) 100 dB(C) Deze geluidsnormen worden op 50 meter afstand aan de voorkant van de gebruikte speakers dan wel op de gevel van gevoelige gebouwen gemeten. 5.4.2 Geluidsnormen kermisattracties Om het geluidsniveau van kermisattracties in de hand te houden, worden hiervoor onderstaande standaard vergunningsvoorwaarden en geluidnormen in de evenementenvergunning opgenomen: * Het is verboden om een muziekinstallatie en andere geluidsapparaten te gebruiken buiten de openingsuren van de kermis, behoudens voor het afstellen en testen op de dag voorafgaande aan de eerste kermisdag gedurende maximaal een half uur; * Het is verboden gebruik te maken van sirenes, hoorns en dergelijke geluidsapparaten anders dan voor begin en einde van een rit dan wel om een andere kermisactiviteit aan te kondigen; * De geluidsinstallatie, inclusief de luidsprekers, mogen zich uitsluitend binnen de kermisattractie bevinden waarbij de voorzijde van de luidsprekers uitsluitend naar beneden gericht mag zijn en naar het midden van de kermislocatie: de luidsprekers mogen in geen geval op of richting de omringende woonbebouwing zijn gericht; * De geluidsinstallatie moet zodanig zijn afgesteld dat het geluidsniveau van 75 dB(A) gemeten op 1 meter voor de luidsprekers niet wordt overschreden; * In geval dat meerdere luidsprekers staan opgesteld, geldt dat gemeten tussen de luidsprekers in of gemeten op 1 meter voor de luidsprekers de 75 dB(A) of 85 dB(C) niet mag worden overschreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel