Naar hoofdinhoud
Lid 1 Inwonersondersteuning bestaat uit zes onderdelen. Hieronder staat beschreven wat verstaan wordt onder deze zes onderdelen. In het aanvraag- en verantwoordingsformulier dat als bijlage in deze regeling is opgenomen is dit meer in detail beschreven. De bijlage maakt onderdeel uit van de regeling. 1. Informatie en advies Hieronder verstaan we alle contacten waarin informatie en advies wordt gegeven aan inwoners. Het is noodzakelijk dat de inwonersondersteuner de informatie neutraal, objectief, feitelijk en volledig levert. De contacten zijn in principe eenmalig, de inwonersondersteuner maakt de inschatting dat de inwoner weer zelfstandig verder kan en geen ander/verder beroep meer doet op inwonersondersteuning. 2. Onafhankelijke inwonersondersteuning Hieronder wordt verstaan alle onafhankelijke en integrale ondersteuning die geboden wordt voor, tijdens en na het gesprek vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet Langdurige Zorg (tot het moment waarop de indicatie is afgegeven). De inwonersondersteuner ondersteunt de inwoner en/ of zijn eventuele mantelzorger hierbij op een objectieve wijze zodat deze zijn behoeften, wensen en (on)mogelijkheden kent en kenbaar kan maken in contact met uitvoerders van bovenstaande wetten (gemeenten en zorgaanbieders). Omdat inwonersondersteuning primair vanuit het belang van de inwoner ingevuld moet worden (Wmo 2015), geldt voor deze subsidiefunctie de eis dat de onafhankelijkheid van inwonersondersteuning ten opzichte van maatwerkvoorzieningen gewaarborgd dient te zijn. Indien een aanvrager tevens aanbieder is van maatwerkvoorzieningen geeft deze in de subsidieaanvraag aan hoe deze onafhankelijkheid ten opzichte van de maatwerkvoorzieningen wordt gewaarborgd, bijvoorbeeld door inwonersondersteuning in een aparte unit onder te brengen en/ of door het hanteren van een beroepscode. 3. Individuele ondersteuning Het bieden van lichte, kortdurende, individuele ondersteuning gericht op versterking van de eigen kracht en zelfredzaamheid. Een individueel traject heeft gemiddeld 10 contactmomenten over een periode van maximaal 6 maanden. Hulpvragers en hun netwerk worden ondersteund om zelf tot oplossingen te komen om na enkele contacten zelf weer verder te kunnen. Het gaat dan om concrete ondersteuning om zaken weer op de rit te krijgen en om een beroep op geïndiceerde zorg te voorkomen. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat inwoners langdurig begeleid worden door inwonersondersteuners. 4. Collectieve ondersteuning Bij lid 1 onder b van artikel 2.2.1. staat aangeven dat inwonersondersteuning zoveel mogelijk in collectieve vorm moet worden aangeboden. Om deze reden is ervoor gekozen collectieve ondersteuning als apart onderdeel op te nemen. Onder collectieve ondersteuning wordt in ieder geval verstaan het geven van voorlichting en trainingen en het bieden van overige groepsbijeenkomsten. Collectieve ondersteuning vindt zoveel mogelijk plaats in samenwerking met de medewerkers van de basisontmoetingsplekken. 5. Waakvlamcontact Onder waakvlamcontact wordt verstaan het huishouden voor langere tijd (minimaal 1 jaar) in beeld houden omdat er een groot risico is op terugval in problemen. Waakvlamcontact kan alleen ingezet worden als er geen sprake is van maatwerkondersteuning en het netwerk deze taak niet op zich kan nemen. 6. Leefbaarheid en samenredzaamheid Inwoners geven in hun stadsdeel en dorp zelf vorm aan een vertrouwde, veilige, uitdagende en actieve sociale leefomgeving. De inwonersondersteuner draagt hieraan bij door initiatieven om buurten te versterken te faciliteren, samenredzaamheid te bevorderen en contacten tussen buurt- en lotgenoten te vergroten. Er wordt aangesloten bij de behoefte/ vraag van de inwoners en bij initiatieven die er al zijn. Ook kunnen signalen van inwoners of ketenpartners zoals politie, woningbouwcorporatie of wijkraad aanleiding zijn voor interventies.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel