Aan de mandaten genoemd in de artikelen 2:1 t/m 2:3 zijn de volgende voorschriften verbonden:
de in mandaat of ondermandaat te nemen besluiten dienen in overeenstemming te zijn met alle ter zake geldende verordeningen, regelingen, uitvoeringsvoorschriften en het ter zake gevoerde beleid en mogen niet leiden tot overschrijding van de begroting;
indien redelijkerwijs te verwachten is, dat een in mandaat of ondermandaat te nemen besluit bestuurlijke of politieke implicaties kan hebben legt de gemandateerde de zaak met zijn advies voor aan de raad. In het geval van twijfel hieromtrent pleegt de gemandateerde overleg met het presidium. Het achterwege laten van dit voorschrift tast niet de geldigheid van het in mandaat genomen besluit aan;
tot het mandaat behoort mede het afdoen en voeren van correspondentie ter zake van de toegekende bevoegdheden, alsmede het (doen) treffen van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen;
alle stukken verband houdende met de uitoefening van de in mandaat of ondermandaat verleende bevoegdheden moeten als volgt zijn ondertekend: De raad van de gemeente Den Haag, namens deze: (functie) (handtekening) (naam).
de uitoefening van de in mandaat of ondermandaat verleende bevoegdheden strekt zich niet uit tot besluiten ten aanzien van diegene aan wie dat mandaat of ondermandaat is verleend;
het gebruik van handtekeningstempels is niet toegestaan;
de griffier is desgevraagd verplicht aan de raad te rapporteren omtrent de wijze waarop gebruik is gemaakt van de in mandaat en ondermandaat verleende bevoegdheden.
HOOFDSTUK
Artikel 4:1.
Artikel 4:1.
Onderdeel van Regeling inzake de mandatering van personele beslissingsbevoegdheden ten aanzien van de ambtenaren van de griffie