Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht) over onderwerpen die geagendeerd zijn.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden.
De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering.
De spreker voert 5 minuten het woord, nadat de commissievoorzitter de spreker dit heeft verleend. De commissievoorzitter ziet hierop toe. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk V. › Paragraaf III.
Artikel 46.
Spreekrecht van burgers
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en raadscommissies van Bergeijk 2019