**1..** Het college besluit eenzijdig over te gaan tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals vastgelegd in artikel 6 en artikel 7 in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.
**2..** Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, besluit het college tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien:
het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;
de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken ter aflossing van zijn schulden en daarmee afspraken vastgelegd in de schuldregelingsovereenkomst niet meer nakomt;
verzoeker meerdere keren, zonder geldige reden, niet verschijnt op afspraak met een (schuld-)hulpverlener;
op grond van onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan verzoeker is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
verzoeker zich naar het oordeel van het college ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt;
verzoeker in staat wordt geacht om zijn schulden zelf te gaan regelen, al dan niet met behulp van derden, dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet langer passend is;
de inkomens-, woon- of leefsituatie van verzoeker door zijn verwijtbaarheid dermate onzeker is geworden dat gemaakte afspraken met verzoeker en schuldeisers niet meer nagekomen kunnen worden waardoor schuldhulpverlening niet meer mogelijk is;
verzoeker zelf daartoe een verzoek indient.
Artikel 5