1. De termijn van de periodieke bijzondere bijstand is gekoppeld aan de duur van de voorziening waarvoor
bijstand wordt gevraagd, voor zover en zolang noodzakelijk.
2. Bij een periode langer dan 12 maanden vindt jaarlijks ter beoordeling van de rechtmatigheid van de
verstrekking een toets plaats op de nog aanwezige noodzaak, de hoogte van de kosten, het inkomen en
vermogen alsmede naar de woon- of leefsituatie.
Hoofdstuk 2:
Artikel 10