1. Indien de belanghebbende vanuit een niet verwijtbare situatie beschikt over onvoldoende draagkracht voor
de betaling van administratiekosten en waarborgsom voor een woning, de (gedeeltelijke) eerste en volledige
tweede maandhuur, inrichtingskosten of duurzame gebruiksgoederen en redelijkerwijs niet heeft kunnen
reserveren voor deze kosten, kan hiervoor bijzondere bijstand worden verleend. Het bepaalde in artikel 34,
lid 2, sub b, van de wet blijft hierbij buiten toepassing.
2. Tot de in lid 1 genoemde categorie belanghebbenden behoren in ieder geval zij die:
a. de opvang in een asielzoekerscentrum verlaten;
b. na een echtscheiding de echtelijke woning moeten verlaten;
c. deelnemen aan een door of namens de gemeente opgezet zorgproject als Housing First en Sober Wonen.
3. Een geldlening bij de kredietbank waarmee volledig kan worden voorzien in de administratiekosten en
waarborgsom voor een woning, eerste maandhuur, inrichtingskosten of de aanschaf van duurzame gebruiks-
goederen voor zover van toepassing, wordt als een toereikende en passende voorliggende voorziening
beschouwd.
4. De bijzondere bijstand in de administratiekosten en eerste huurlasten voor zover hierover geen aanspraak op
huurtoeslag bestaat, wordt verleend om niet, de bijzondere bijstand in de waarborgsom, de eerste huurlasten
waarover aanspraak op huurtoeslag bestaat, inrichtingskosten of duurzame gebruiksgoederen wordt
verleend in de vorm van een lening.
5. Indien de bijstandsaanvraag betrekking heeft op de volledige inrichting van een woning, bedraagt de hoogte
van de noodzakelijke kosten maximaal 60 % van het bedrag dat in de Nibud-prijzengids staat vermeld per
inventarispakket naar huishoudtype.
6. Indien de bijstandsaanvraag betrekking heeft op de volledige inrichting van een kamer, bedraagt de hoogte
van de noodzakelijke kosten maximaal 40 % van het bedrag dat in de Nibud-prijzengids staat vermeld per
inventarispakket naar huishoudtype.
Hoofdstuk 4.
Artikel 19