Naar hoofdinhoud
1.. De algemeen directeur van de Provincie Noord-Brabant stelt het College respectievelijk de Burgemeester tijdig in kennis van krachtens Mandaat of Volmacht te nemen of reeds genomen besluiten waarvan hij redelijkerwijs moet aannemen dat kennisneming door het College of de Burgemeester gewenst is. 2.. Kennisgeving als bedoeld in het eerste lid vindt in ieder geval plaats indien: de maatschappelijke, beleidsmatige, politiek bestuurlijk, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven; het besluit ertoe kan leiden dat de Gemeente aansprakelijk wordt gesteld. 3.. Het College respectievelijk de Burgemeester kan op grond van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van een voorgenomen besluit bepalen dat van het bij of krachtens dit besluit verleende Mandaat of Volmacht geen gebruik mag worden gemaakt. 4.. Het College, respectievelijk de Burgemeester, voorziet de algemeen directeur van de Provincie Noord-Brabant tijdig van alle benodigde informatie ten behoeve van de invulling van zijn Mandaat en Volmacht.

Rechtspraak bij dit artikel