Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2:28

Exploitatie openbare inrichting

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oldambt 2020

Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. De burgemeester weigert de vergunning als de aanvrager, respectievelijk de natuurlijke persoon die optreedt als uitvoerend directeur of leidinggevende van de rechtspersoon, niet voldoet aan de eisen van zedelijk gedrag als bedoeld in het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet. De burgemeester kan de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren: indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf; de inrichting niet voldoet aan de eisen van de Woningwet i.c. het Bouwbesluit. Bij toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond onder a houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in: een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; een zorg- en onderwijsinstelling; een museum; of een bedrijfskantine of – restaurant Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting waarvoor een drank- en horecavergunning vereist is. Op de vergunning, bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel