**1..** Degene die voornemens is de bodem te saneren dan wel handelingen te verrichten ten gevolge waarvan de verontreiniging van de bodem wordt verminderd of verplaatst en/of degene die op grond van artikel 43 dan wel artikel 55ab van de Wet verplicht is tot het doen van onderzoek dient, indien er een reële verdenking bestaat dat PFAS in de bodem kan worden aangetroffen, bodemonderzoek naar PFAS-verontreiniging overeenkomstig bestaande protocollen voor (de beoordeling van) de sanering van genormeerde stoffen te (laten) doen, rekening houdend met de laatste stand der techniek met betrekking tot contaminatie bij onderzoek.
**2..** Indien sprake is van een reële verdenking op basis van (historisch) vooronderzoek op verontreiniging van PFAS, dient in ieder geval onderzoek plaats te vinden naar gehalten aan PFOS en PFOA.
**3..** Het onderzoek naar PFOS en PFOA wordt uitgebreid met andere stoffen uit de PFAS-groep, indien er concrete aanwijzingen zijn dat deze op basis van (historisch) vooronderzoek, zoals bij geïdentificeerde bronlocaties, in verhoogde gehalten kunnen worden aangetroffen.
**4..** Van een reële verdenking is in ieder geval sprake indien op een locatie PFAS-houdend blusschuim is gebruikt of gewerkt is met PFAS, dan wel het aannemelijk is dat de locatie door verspreiding van PFAS, anders dan de diffuse verspreiding van PFOS en PFOA, belast is.
UITGANGSPUNTEN NIEUWE BODEMVERONTREINIGING MET PFAS
Hoofdstuk
Artikel 3