**1..** Herschikken van met PFOS en/of PFOA verontreinigde grond binnen een saneringslocatie of een locatie waarvoor een ongedaanmakingsverplichting als bedoeld in artikel 5 van deze Beleidsregel geldt, is toegestaan indien de gehalten (na bodemtypecorrectie volgens artikel 1 onder o) van PFOS in de grond lager zijn dan 50 µg/kg d.s. en gehalten van PFOA in grond lager zijn dan 170 µg/kg d.s.. Voor overige individuele PFAS geldt de waarde voor PFOS.
**2..** In afwijking van het gestelde in lid 1 kan herschikken van met PFOS verontreinigde grond bij hogere gehalten toegestaan worden, indien aangetoond wordt dat hierbij, in geval van een evenwicht tussen gehalten in grond en grondwater, geen overschrijding van een gehalte aan PFOS, respectievelijk PFOA in grondwater van 4,7 µg/l, respectievelijk 0,39 µg/l optreedt en het College van B&W hiermee schriftelijk hebben ingestemd. Herschikken met hogere gehalten is na instemming ook toegestaan, indien op de locatie van herschikken al sprake is van een overschrijding van de genoemde waarden voor PFOS en PFOA in het grondwater en door het herschikken ter plekke geen sprake is van significant afwijkende effecten voor mens en milieu. Voor overige individuele PFAS geldt de waarde voor PFOA.
**3..** Herschikken van verontreinigde grond binnen een saneringslocatie of een locatie waarvoor een ongedaanmakingsverplichting als bedoeld in artikel 5 van deze Beleidsregel geldt, is ook toegestaan indien maatregelen worden getroffen waardoor het herschikken niet leidt tot een milieuhygiënische verslechtering van de locatie en/of een risico voor het gebruik en het College van B&W met vorenbedoelde maatregelen schriftelijk hebben ingestemd.
TIJDELIJK UITPLAATSEN IN HET KADER VAN DE UITVOERING VAN ANDERE WERKZAAMHEDEN DAN HET ONGEDAAN MAKEN OF SANEREN VAN EEN VERONTREINIGING MET PFAS
Hoofdstuk
Artikel 8